Artikel 5:31a Awb

Laatst geupdate 28-11-2021

Artikel 5:31a [Verzoek om bestuursdwang]

1  De aanvrager van een last onder bestuursdwang, dan wel een andere belanghebbende die door de overtreding wordt benadeeld, kan het bestuursorgaan verzoeken bestuursdwang toe te passen.

2  Het verzoek kan worden gedaan na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 5:24, tweede lid.

3 Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken op het verzoek. De beslissing is een beschikking.

Commentaar op Artikel 5:31a Awb

mr. dr. T.N. Sanders

1 Samenvatting

mr. dr. T.N. Sanders

De aanvrager van een last onder bestuursdwang, dan wel een andere belanghebbende die door de overtreding wordt benadeeld, kan het bestuursorgaan verzoeken bestuursdwang toe te passen. Een dergelijk verzoek kan worden gedaan na afloop van de begunstigingstermijn (lid 2). De beslissing op een dergelijk verzoek wordt door de wet aangemerkt als beschikking (lid 3). Een beslissing op een verzoek om effectuering van bestuursdwang moet binnen vier weken worden genomen (lid 3).

2 Commentaar

mr. dr. T.N. Sanders

2.1 Inleiding

mr. dr. T.N. Sanders

De aanvrager van een last onder bestuursdwang, dan wel een andere belanghebbende die door de overtreding wordt benadeeld, kan het bestuursorgaan verzoeken bestuursdwang toe te passen. Het doen van een dergelijk verzoek gebeurt echter zeer zelden.

2.2 Inhoud

mr. dr. T.N. Sanders

In artikel 5:31a Awb is de zogenaamde toepassingsbeschikking opgenomen. Deze mogelijkheid houdt in dat een belanghebbende “die door de overtreding wordt benadeeld” (lees: dus niet de overtreder[1]), het bestuursorgaan kan verzoeken om feitelijk bestuursdwang toe te passen. Dat kan na het verstrijken van de begunstigingstermijn. De beslissing op het verzoek is een beschikking, aldus lid 3. Daarmee is beoogd om de derde ook bij bestuursdwang een sterke positie te geven en de mogelijkheid te geven om de bestuursdwang ook feitelijk af te dwingen. Hoewel dat eigenlijk niet nodig zou zijn, aldus de wetgever. “Als regel mag van een bestuursorgaan dat bestuursdwang aanzegt, worden verwacht dat het de bestuursdwang ook effectueert als de overtreder niet bereid blijkt binnen de gestelde termijn aan zijn verplichtingen te voldoen. Zowel de door de overtreden voorschriften beschermde belangen als de geloofwaardigheid van de overheid nopen tot dit uitgangspunt.” [2] Het is niet de bedoeling dat bestuursorganen alleen tot effectuering overgaan als de last onder bestuursdwang onherroepelijk is geworden. Bestuursorganen hebben hun verantwoordelijkheid te nemen en kunnen niet wachten op ‘dekking van de rechter’. Dat daardoor financiële risico’s worden gelopen is inherent aan besturen en de beginselplicht tot handhaving.[3]

De figuur van de toepassingsbeschikking is zeer beperkt relevant voor de praktijk. Meer dan 10 jaar na de invoering daarvan, was er op rechtspraak.nl precies 1 uitspraak te vinden waarbij de toepassingsbeschikking aan de orde was. Het betrof een geval waarin een woningcorporatie de burgemeester van Maastricht verzocht om een sluiting van een woning op grond van artikel 13b Opiumwet feitelijk uit te voeren. De burgemeester had de bestuursdwang voor onbepaalde tijd opgeschort vanwege de belangen van de aldaar woonachtige minderjarige kinderen. De Afdeling overweegt dat “[de] aard en [het] karakter van een last onder bestuursdwang zich ertegen verzetten dat de uitvoering ervan voor onbepaalde tijd wordt opgeschort” en dat de burgemeester dus uitvoering moest geven aan de bestuursdwang.[4]

2.3 Context

mr. dr. T.N. Sanders

3 Jurisprudentie

mr. dr. T.N. Sanders

ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2547.


[1] Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr.3, p.103.

[2] Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr.3, p.103.

[3] Kamerstukken II 2005/06, 29 702, nr. 7, p. 43-44

[4] ABRvS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2547.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *