ABRvS 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6368 – ‘Laten gebruiken’ is een rechtstreeks plegerschap. Eigenaar moet dus aannemelijk maken dat “zij niet wist en niet kon weten” dat strijdig gebruik plaatsvond.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 24 december 2025
Datum publicatie: 24 december 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:6368
Fragment:
3.5. Het college heeft zich in de besluitvorming op het standpunt gesteld dat De Konijnenberg als overtreder moet worden aangemerkt omdat zij het perceel heeft laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1458, onder 5.2, moet, gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, onder “gebruiken van gronden” als bedoeld in deze bepaling mede worden verstaan het “laten gebruiken van gronden” (Kamerstukken II 2006/07, 30 844, nr. 3, blz 94).
Met wat De Konijnenberg heeft aangevoerd heeft zij naar het oordeel van de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat zij niet wist en niet kon weten dat recreatieobjecten op het perceel in strijd met het bestemmingsplan permanent worden bewoond. Daartoe is van belang dat niet is gebleken dat De Konijnenberg enige vorm van onderzoek heeft gedaan naar de aard en omvang van het gebruik van de recreatieobjecten op het perceel. Als eigenaar van een perceel met recreatieobjecten had dit naar het oordeel van de Afdeling wel op de weg van De Konijnenberg gelegen. De Konijnenberg heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij in het geheel geen onderzoek kon doen naar permanente bewoning van recreatieobjecten op het perceel. Dat bepaalde door het college aangegeven mogelijkheden om te controleren of recreatieobjecten permanent worden bewoond volgens haar om verschillende redenen bezwaarlijk of niet effectief zijn, betekent niet dat De Konijnenberg hier in het geheel geen onderzoek naar had kunnen doen. De enkele omstandigheid dat De Konijnenberg in huurcontracten heeft opgenomen dat permanente bewoning niet is toegestaan, is onvoldoende voor de conclusie dat zij niet wist en niet kon weten dat recreatieobjecten op het perceel in strijd met het bestemmingsplan permanent worden bewoond. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college De Konijnenberg terecht als overtreder heeft aangemerkt.
Ook in zoverre slaagt het betoog niet.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:6368
Leave a Reply