Rb. Rotterdam 13 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1562 – Boete. Verweerder brengt veearts mee naar zitting die aanvullend verklaard. Rb. laat het buiten beschouwing. Is geen “nadere duiding” van het eerder bewijs, maar aanvullend bewijs. Geen reden dat er zo lang mee is gewacht.

Print deze pagina

Instantie Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak: 13 februari 2026

Datum publicatie: 18 februari 2026

ECLI: ECLI:NL:RBROT:2026:1562

Fragment:

Toelichting ter zitting

4.3.
Ter zitting heeft de toezichthoudend dierenarts die de veterinaire verklaring heeft opgesteld, een nadere toelichting gegeven. Zo heeft de toezichthouder toegelicht dat bij de ontstoken poot een harde bol te zien was die het gevolg is van het inkapselen van de ontsteking en dat het enkele dagen duurt voordat een ontsteking tot een dergelijke bol is ingekapseld. Ook is toegelicht dat een acute ontsteking zacht zal aanvoelen vanwege de aanwezigheid van vocht, terwijl bij een ontsteking die al langer geleden is ontstaan, sprake is van bindweefsel waardoor de plek hard aanvoelt. Eiseres heeft betoogd dat het in strijd is met de goede procesorde om de ter zitting gegeven toelichting in de beoordeling te betrekken.

4.4.
De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt geldt dat een bestuursorgaan het dragend bewijs van een overtreding bij de voltooiing van de bestuurlijke besluitvorming dient te leveren. Met dragend bewijs wordt gedoeld op het bewijs dat het bestuursorgaan in redelijkheid reeds in het stadium van de bestuurlijke besluitvorming aan een overtreding ten grondslag had kunnen en moeten leggen. Voor beantwoording van de vraag of het inbrengen van nader bewijs geoorloofd is, moet worden betrokken wat in redelijkheid van het bestuursorgaan mocht worden gevergd.3

4.5.
Zoals hiervoor is overwogen, bevat de veterinaire verklaring onvoldoende bewijs van de overtreding. Voor zover de toezichthouder ter zitting met zijn toelichting over het ontstaansmoment van de ontsteking nader bewijs heeft aangeleverd, laat de rechtbank dit buiten beschouwing. Anders dan verweerder meent, is die uitleg van de toezichthouder ter zitting niet te beschouwen als een nadere duiding van de veterinaire verklaring maar als een aanvulling van het bewijs dat de overtreding is begaan. Niet valt in te zien dat verweerder niet al voor de voltooiing van de besluitvorming de nadere onderbouwing door de toezichthouder had kunnen inbrengen. Daarvoor was temeer aanleiding nu eiseres in bezwaar heeft bestreden dat het rund al voorafgaand aan het vervoer niet transportwaardig was. Van verweerder mocht worden gevergd dat uiterlijk in het bestreden besluit de aanvulling van het bewijs ten aanzien van de toestand van het dier voorafgaand aan het transport aan de boete ten grondslag werd gelegd. Het pas in de beroepsfase inbrengen van deze aanvulling van het bewijs, is in strijd met de goede procesorde.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1562

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *