ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5812 – Mogen er nieuwe herstelmaatregelen worden geformuleerd na een tussenuitspraak? Geen dwingende maatregel = “het [de overtreder]” vrij staat herstelmaatregel e niet te treffen als zij meent [de overtreding anderszins te kunnen voorkomen]”

Print deze pagina

Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 30 september 2026

Datum publicatie: 30 september 2026

ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:5812

Herstelmaatregel e

9.       Conexus betoogt dat de wijziging van herstelmaatregel e te ingrijpend is en dat deze herstelmaatregel niet noodzakelijk is om overlast in de avond- en nachtperiode te voorkomen. Conexus voert aan dat de feitelijke situatie sinds het besluit van 21 april 2021 is veranderd, maar dat het college deze niet opnieuw heeft onderzocht. Volgens Conexus had het college in het herstelbesluit aannemelijk moeten maken dat in de avond en tijdens de nacht nog geluidsoverlast vanaf het schoolplein plaatsvindt. De verplichting om een hek van 1.80 m hoog te plaatsen, past volgens Conexus bovendien niet bij de onderwijskundige visie en de uitstraling van de school.

9.1.    Zoals op de zitting en onder 5 van deze uitspraak is besproken, verplicht herstelmaatregel e Conexus niet om een hek van 180 cm hoog te plaatsen om het speelterrein in de avonduren en ’s nachts feitelijk onbegaanbaar te maken. In het herstelbesluit heeft het college gemotiveerd dat deze maatregel, mede op grond van de bevindingen van DGMR, ertoe leidt dat de overtreding buiten schooltijden daadwerkelijk niet meer plaatsvindt doordat het schoolterrein feitelijk onbegaanbaar wordt gemaakt door het hek. Maar dat betekent niet dat Conexus geen andere maatregelen mag treffen, waarmee de overtreding van artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit en het maatwerkbesluit van 19 mei 2021 wordt beëindigd. Voor zover Conexus aanvoert dat er in de avond en gedurende de nacht geen geluidsoverlast meer plaatsvindt vanaf het schoolplein en dat het hek niet past bij de onderwijskundige visie en uitstraling van de school, merkt de Afdeling onder verwijzing naar wat is overwogen onder 5 op dat het Conexus vrij staat herstelmaatregel e niet te treffen als zij meent dat de geluidsnormen, zonder dat zij maatregelen heeft getroffen of doordat zij voor andere maatregelen kiest, niet worden overtreden. Daarom geeft het betoog van Conexus geen aanleiding voor het oordeel dat het college herstelmaatregel e niet op deze wijze had mogen opnemen in het herstelbesluit.

Het betoog slaagt niet.

Herstelmaatregelen f en g

10.     Conexus betoogt dat het college geen nieuwe herstelmaatregelen zoals de herstelmaatregelen f en g had mogen opnemen in het herstelbesluit. Bovendien betoogt Conexus dat het verbod op versterkte muziek uit herstelmaatregel g te ingrijpend is wegens het incidentele en kortdurende karakter van de activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van versterkte muziek. Aangezien deze activiteiten doorgaans een uur tot anderhalf uur duren, wordt volgens Conexus hiermee het toegestane langtijdgemiddeld geluidsniveau niet overschreden.

10.1.  Voor zover Conexus betoogt dat het college voor de uitvoering van de opdracht uit de tussenuitspraak geen aanvullende herstelmaatregelen had mogen opnemen, stelt de Afdeling vast dat het onveranderd gaat om handhaving van de geluidswaarden uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit bij activiteiten die op het schoolplein van Conexus plaatsvinden. Het college heeft in de tussenuitspraak de opdracht gekregen beter te motiveren dat de opgelegde herstelmaatregelen daadwerkelijk de beëindiging van deze overtreding als gevolg hebben. Een gevolg van die opdracht kan zijn dat het college de herstelmaatregelen aanpast en aanvullende herstelmaatregelen oplegt. De herstelmaatregelen strekken dan ook niet verder dan waartoe de opdracht in de tussenuitspraak verplicht. Daarvoor verwijst de Afdeling naar wat zij onder 5 heeft overwogen over de uitleg van het herstelbesluit.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

10.2.  Over herstelmaatregel g overweegt de Afdeling het volgende. Op grond van artikel 4:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Nijmegen (hierna: de APV) is het een inrichting toegestaan op maximaal twee dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in onder andere artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit, niet van toepassing zijn, mits daarvan melding is gemaakt. In het geluidsrapport van DGMR van 8 februari 2021 staat dat het schoolplein van Conexus een paar keer per jaar als presentatieruimte wordt gebruikt. Als voorbeeld wordt genoemd het afspelen van muziek tijdens de Sinterklaasviering of het uitvoeren van een voorstelling voor het afscheid van groep 8. Die activiteiten zijn beperkt tot hoogstens 12 keer per jaar. Volgens het college leidt het gebruik van luidsprekers op het schoolplein tot een overschrijding van de geluidsnormen uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit. Het college baseert dit standpunt op een aanvullend geluidsonderzoek van DGMR van 13 juni 2025. Uit pagina 4 en verder van dit rapport blijkt ook dat, anders dan Conexus stelt, het langtijdgemiddeld geluidsniveau wordt overschreden bij gebruik van versterkte muziek. Nu blijkt dat met versterkte muziek de geluidswaarden uit het Activiteitenbesluit worden overschreden, moet Conexus het gebruik hiervan beperken tot de toegestane twee keer per kalenderjaar om te voldoen aan artikel 4:3 van de APV. Die verplichting op grond van de APV bestond al. Alleen al daarom kan het betoog van Conexus niet leiden tot het oordeel dat herstelmaatregel g te verstrekkend is. Overigens bevat herstelmaatregel g geen algeheel verbod op festiviteiten op het schoolplein.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:5812

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *