ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:463 – Uitbreiding hh-verzoek in bezwaar kan niet. Als er is verzocht om handhaving op een specifiek punt, dan moet er besluitvorming plaatsvinden. Niet genoeg is de mededeling ter zitting dat onderzoek is gedaan maar dat er niets is aangetroffen.

Print deze pagina

Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 28 januari 2026

Datum publicatie: 28 januari 2026

ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:463

Fragment:

De omvang van het verzoek

5.       [appellante] betoogt dat het college het verzoek om handhaving te beperkt heeft opgevat. Daartoe voert zij aan dat het college ten onrechte haar aanvullingen in haar bezwaarschrift op het verzoek om handhaving niet in aanmerking genomen. Verder heeft het college in het geheel geen acht geslagen op haar verzoek om op te treden tegen de aanwezigheid van vervuild bouwafval op het perceel. Daarbij gaat het volgens [appellante] met name om vervuild bouwafval onder de voormalige loods.

5.1.    Voor zover [appellante] betoogt dat haar aanvullingen in haar bezwaarschrift door het college niet zijn beoordeeld, overweegt de Afdeling het volgende. De Afdeling stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak de reikwijdte van een handhandhavingsverzoek na het primaire besluit niet meer kan worden uitgebreid (zie bijvoorbeeld uitspraak van de Afdeling van 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1529, onder 3.1). Het betoog dat het college ten onrechte geen acht heeft geslagen op de uitbreiding van het verzoek in het bezwaarschrift, treft daarom in zoverre geen doel. De inhoud van het verzoek is bepalend voor de omvang van het geding.

5.2.    Voor zover [appellante] stelt dat het college niet is ingegaan op haar verzoek om handhavend op te treden tegen het vervuilde bouwafval op het perceel, overweegt de Afdeling het volgende. In het handhavingsverzoek van 17 januari 2022 staat dat op het perceel nog steeds vervuild bouwafval ligt, waaronder asbest en glas. [appellante] wijst daarbij specifiek naar het gedeelte van het perceel waar de voormalige loods stond. Zij verzoekt het college daarbij direct in te grijpen.

In het besluit van 22 februari 2022 wordt niet op dit verzoek gereageerd. Het besluit van 12 juli 2022 en het daaraan ten grondslag liggende advies van de commissie van advies voor de bezwaarschriften, geven evenmin blijk van een reactie. Op de zitting heeft het college desgevraagd verklaard dat er op het perceel weliswaar meerdere keren is gecontroleerd op vervuild bouwafval, maar dat dat niet in de besluiten is opgenomen.

Gelet op het bovenstaande is de Afdeling van oordeel dat het college het verzoek om handhaving van 17 januari 2022 te beperkt heeft opgevat en ten onrechte geen besluit heeft genomen over de aanwezigheid van vervuild bouwafval. Het college heeft dit in het besluit op bezwaar van 12 juli 2022 niet onderkend. Dit betekent dat dat besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is genomen en dat het in strijd is met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Het betoog slaagt in zoverre.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:463

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *