ABRvS 28 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:488 – Bewijs. Als de wet voorschrijft welk onderzoek moet worden uitgevoerd om een overtreding vast te stellen, dan moet dat onderzoek in beginsel worden uitgevoerd. Niet gebleken is dat het onderzoek praktisch niet uitvoerbaar was.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 28 januari 2026
Datum publicatie: 28 januari 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:488
Fragment:
4.2. De Afdeling overweegt dat het college, naar aanleiding van de opdracht van de voorzieningenrechter, De Keurder heeft gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar een eventuele overtreding van artikel 3.26, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012. Op grond van dat artikellid moet de scheidingsconstructie (de vloer) waterdicht zijn, bepaald volgens de norm NEN 2778. Uit het rapport van De Keurder volgt niet dat de waterdichtheid van de vloer is bepaald volgens NEN 2778. Op de zitting van de Afdeling heeft het college dat erkend. Het college mocht daarom niet zonder nadere motivering afgaan op het rapport van De Keurder.
Op de zitting heeft het college gesteld dat het niettemin aan zijn vergewisplicht heeft voldaan doordat een toezichthouder later metingen heeft gedaan met een vochtmeter. De Afdeling overweegt dat dit een andere bepalingsmethode is dan beschreven in NEN 2778, waarin onder andere het gebruik van een gekalibreerd beregeningstoestel wordt voorgeschreven. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen kan een andere bepalingsmethode worden gebruikt als de toepassing van NEN 2778 praktisch niet uitvoerbaar is. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:101, onder 4.2. Op de zitting heeft het college desgevraagd geantwoord niet te weten of de bepalingsmethode uit NEN 2778 praktisch niet uitvoerbaar was. De Alliantie heeft hierover aangevoerd dat geen vocht is geconstateerd in de kruipruimte, dat geen vocht is gemeten in de vloer en dat in de woning zelf ook geen te hoog vochtpercentage is gemeten, ondanks dat de woning twee jaar leeg stond ten tijde van het onderzoek door De Keurder. De Afdeling overweegt dat hiermee niet aannemelijk is gemaakt dat het praktisch onuitvoerbaar was om de waterdichtheid van de vloer conform NEN 2778 te bepalen.
Het besluit van 12 januari 2021 is daarom niet zorgvuldig voorbereid. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Omdat dat besluit alleen al om deze reden voor vernietiging in aanmerking komt, komt de Afdeling niet toe aan een bespreking van de overige gronden van [appellante].
Het betoog slaagt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:488
Leave a Reply