ABRvS 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1969 – Is intrekking van een erkenning voor de Stamcelbank een punitieve sanctie? (Nee.)
Is de intrekking van de erkenning een bestraffende sanctie?
12. Stamcelbank betoogt dat de rechtbank de intrekking van de erkenning ten onrechte niet heeft aangemerkt als een bestraffende sanctie. De intrekking is volgens Stamcelbank gericht op leedtoevoeging omdat de erkenning voor alle activiteiten is ingetrokken. Volgens Stamcelbank is de overtreding al beëindigd als de intrekking wordt beperkt tot de activiteit ‘bewerken’. Verder voert Stamcelbank aan dat zij in deze procedure wordt bestraft voor haar gedragingen en stellingen in het verleden.
12.1. De Afdeling overweegt dat de intrekking van de erkenning een bestuurlijke maatregel is en niet een bestraffende sanctie. In artikel 11 van de Wvkl is bepaald dat een erkenning kan worden ingetrokken indien niet meer wordt voldaan aan bij of krachtens deze wet of de aan de erkenning verbonden voorschriften dan wel indien in strijd is gehandeld met een beperking waaronder de erkenning is verleend. Met de intrekking van de erkenning heeft de minister beoogd de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal dat bestemd is voor toepassing op de mens te waarborgen. Het doel van de intrekking is dus niet het toevoegen van een geïndividualiseerd concreet nadeel. De omstandigheid dat de minister in het besluit bij de belangenafweging de gedragingen en stellingen van Stamcelbank in het verleden heeft meegewogen, maakt niet dat de intrekking het karakter van een bestuurlijke maatregel verliest. Hetzelfde geldt voor dat wat Stamcelbank over de omvang van de intrekking van de erkenning naar voren heeft gebracht. Die omstandigheden kunnen wel worden meegewogen bij de beantwoording van de vraag of de intrekking van de erkenning evenredig is. Voor het antwoord op de vraag of de intrekking een punitieve sanctie is, is alleen de objectieve strekking van de intrekking bepalend.
12.2. Anders dan Stamcelbank in de nadere stukken nog heeft aangevoerd, betekent het voorgaande ook dat de Inspectie de Verantwoordelijke Persoon er niet op hoefde te wijzen dat hij recht heeft op rechtsbijstand door een advocaat vanwege mogelijke beboetbare overtredingen. Dit betoog gaat uit van de veronderstelling dat een verhoor heeft plaatsgevonden met het oog op het opleggen van een bestuurlijke boete. Maar dat is niet het geval. De Awb biedt verder geen grond voor het oordeel dat de Inspectie gehouden was om in dit geval een verslag of proces-verbaal van het gesprek met de Verantwoordelijke Persoon op te stellen.
12.3. Het betoog slaagt niet.
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:1969
Leave a Reply