ABRvS vraagt conclusie van A-G: mag je als derde meedoen met de procedure als er wél een boete wordt opgelegd door een bestuursorgaan?
De Afdeling heeft op 7 augustus 2025 een conclusie gevraagd van Staatsraad Advocaat-Generaal Widdershoven over de vraag of een derde-belanghebbende mag meedoen met de procedure als er een boete wordt opgelegd door een bestuursorgaan (zie: https://www.raadvanstate.nl/actueel/nieuws/augustus/verzoek-conclusie-over-boetebesluit/).
Voor diegene die zich na eerste lezing van het bericht van de Afdeling afvragen ‘he, ik dacht dat een vakbond dit al een keer heeft uitgeproceerd’: dat klopt, maar toen ging het om de situatie dat het bestuursorgaan juist weigert om te handhaven (ECLI:NL:RVS:2016:2645). Hier heeft het bestuursorgaan wél een boete opgelegd. Dat ligt dus (wellicht?) anders.
De rechtbank oordeelde in de zaak waar het hier over gaat dat de FNV in dat geval dus géén belanghebbende is (ECLI:NL:RBMNE:2022:1823). Zij overweegt:
“11. Een boetebesluit ziet op leedtoevoeging en dit is naar zijn aard een oordeel waarbij geen inmenging van derden dient plaats te vinden. Alleen de overtreder wordt rechtsreeks getroffen in zijn belang en leedtoevoeging heeft in beginsel geen voor derden toekomstige gevolgen. Voor het oordeel dat er in een bestuurlijke boeteprocedure in de regel geen derde belanghebbenden zijn, ziet de rechtbank bevestiging in de Memorie van Toelichting (MvT) van de Vierde Tranche van de Awb. Daaruit blijkt dat een rechtsreeks belang bij een boetebesluit onder omstandigheden wel kan worden aangenomen, bijvoorbeeld voor de directe concurrent van de overtreder van de mededingingsregels. De rechtbank begrijpt dit voorbeeld aldus dat de overtreder van mededingingsregels door de overtreding een economisch voordeel kan hebben verkregen ten opzichte van concurrenten. Een boete heeft in dat specifieke geval dan niet alleen een leed toevoegend effect, maar ziet dan ook op het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken van dit wederrechtelijk verkregen voordeel en het is bij dit laatste aspect dat een belang van een derde betrokken kan zijn. In dat geval kan de derde als belanghebbende in de boeteprocedure van een ander worden aangemerkt. […]
13. [ ..] Die uitzonderingssituatie is hier niet aan de orde, reeds omdat het bestuursorgaan tot de conclusie is gekomen dat sprake was van een beboetbare overtreding en een boete heeft opgelegd aan de transportonderneming. De vraag die volgens eiseres vervolgens voorligt, namelijk of de boete afdoende is, kan daarom hier niet aan de orde komen.”
Daar valt best wat voor te zeggen, maar tegelijkertijd is het ook gek dat als het bestuursorgaan dan (bijvoorbeeld) zou kiezen voor een boete van maar 1 euro, je dan als derde dus niet mee kan procederen over of dat ertoe leidt dat de overtreding zich niet langer zal voordoen. Dat holt natuurlijk ook weer de positie van de belanghebbende wat uit.
We gaan het zien!
Over de auteur
Thomas Sanders is advocaat en partner bij AKD advocaten. Hij is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden op het gebied van het handhavingsrecht en het invorderingsrecht. Zijn praktijk richt zich op het bijstaan van overheden, bedrijven en burgers in handhavingsgeschillen. Vragen? Neem contact op via tsanders@akd.nl of LinkedIn.
Leave a Reply