CBb 16 december 2025, ECLI:NL:CBB:2025:661 – Aankondigen feitelijke toepassing bestuursdwang is geen besluit in de zin van de Awb, maar feitelijke handeling.
Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak: 16 december 2025
Datum publicatie: 16 december 2025
ECLI: ECLI:NL:CBB:2025:661
Fragment:
Beoordeling
3.1
Het College dient te beoordelen of de minister het bezwaar van [naam 1] , gericht tegen de aankondigingsbrief, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe is van belang dat uit artikel 8:1 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, volgt dat alleen ontvankelijk bezwaar kan worden gemaakt tegen een appellabel besluit. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Dit betekent dat de schriftelijke beslissing van het bestuursorgaan de bedoeling moet hebben een bepaald rechtsgevolg – dat wil zeggen een wijziging in de rechtspositie van een betrokkene – tot stand te brengen.
3.2
Het College is van oordeel dat de aankondigingsbrief geen besluit is in de zin van de Awb omdat die brief geen wijziging brengt in de rechtspositie van [naam 1] . De aankondiging van de tenuitvoerlegging van de last onder bestuursdwang in deze brief moet worden gezien als feitelijk handelen van de minister. Hierdoor verandert de rechtspositie van [naam 1] in publiekrechtelijke zin dan ook niet. Van een op rechtsgevolg gerichte publiekrechtelijke rechtshandeling is in dit geval daarom geen sprake. Dit betekent dat de aankondigingsbrief niet kan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Hetzelfde geldt voor de toepassing door de NVWA van de bestuursdwang in de praktijk. Dit is eveneens feitelijk handelen. Dat deze toepassing voor [naam 1] gevolgen heeft, zoals hij stelt, mag zo zijn, maar het gaat hier niet om een rechtsgevolg als hier bedoeld, namelijk een wijziging in de rechtspositie van [naam 1] in publiekrechtelijke zin. Ook in dit geval is van een op rechtsgevolg gerichte publiekrechtelijke rechtshandeling dus geen sprake. Er kon dan ook geen bezwaar worden gemaakt tegen de aankondigingsbrief en de toepassing door de NVWA van de bestuursdwang in de praktijk. Uit het voorgaande volgt dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Voor zover [naam 1] het niet eens is met de last onder bestuursdwang en de kosten die voor de tenuitvoerlegging van de bestuursdwang bij hem in rekening zijn gebracht, kan hij tegen die last bezwaar maken en de kostenbeschikking betwisten. Dit heeft [naam 1] ook gedaan (procedure bij het College met zaaknummer 23/1995).
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:661
Leave a Reply