ABRvS 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2538 – Zorgplicht 7.22 Bouwbesluit ziet niet op gebruik door derden die zich onrechtmatig toegang verschaffen tot bouwwerk.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 4 juni 2025
Datum publicatie: 4 juni 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:2538
Fragment:
Was er een overtreding?
4. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen overtreding was. Volgens het college verbiedt artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet in samenhang gelezen met artikel 7:22 van het Bouwbesluit dat de scheepselevator gevaar veroorzaakt. Het gevaar bestaat eruit dat jongeren de scheepselevator beklimmen en er vanaf springen, hetgeen ongelukken en verwondingen kan veroorzaken. [wederpartij] had dit volgens het college dus onmogelijk moeten maken. Dat jongeren er zelf voor kiezen om de scheepselevator te beklimmen en ervan af te springen doet daaraan niet af, aldus het college.
4.1. Vast staat en niet in geschil is dat de scheepselevator een bouwwerk is. Artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet in samenhang gelezen met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Woningwet verbiedt bouwwerken in een staat te houden die niet in overeenstemming is met het Bouwbesluit. Tussen partijen is niet in geschil dat de scheepselevator op zichzelf voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit en constructief of anderszins niet onveilig of gevaarlijk is. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de scheepselevator gevaar veroorzaakt omdat er geen voorzieningen zijn getroffen om het betreden daarvan onmogelijk te maken. Volgens het college is de situatie daarom in strijd met artikel 7.22, aanhef en onder d, van het Bouwbesluit, dat verbiedt op of aan een bouwwerk handelingen na te laten waardoor gevaar wordt veroorzaakt.
4.2. Artikel 7.22 van het Bouwbesluit is, gelet op de nota van toelichting daarbij (Stb. 2011, 416, blz. 342-343), een restbepaling die het bevoegd gezag kan toepassen indien het naar zijn oordeel noodzakelijk is op te treden tegen het gebruik van een bouwwerk, open erf of terrein vanwege gevaarzetting, dreigende aantasting van de volksgezondheid of overmatige hinder, en meer specifieke bepalingen geen mogelijkheid bieden op te treden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4032). De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er een overtreding was van artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet, gelezen in samenhang met artikel 7.22, aanhef en onder d, van het Bouwbesluit. In dit geval wordt de scheepselevator zelf niet in een staat gehouden waardoor gevaar ontstaat. Ook is er geen sprake van het nalaten van handelingen op of aan de scheepselevator. Het door het college gestelde gevaar wordt veroorzaakt door het gebruik dat onbevoegden zonder toestemming van [wederpartij] van de scheepselevator maken. Wanneer een willekeurig ander hoog bouwwerk wordt beklommen of wordt gebruikt om ervan af te springen kan dat gevaar eveneens ontstaan. In de nota van toelichting staat dat een beroep op artikel 7.22 van het Bouwbesluit gerechtvaardigd kan zijn indien materiaal op gevaarlijke wijze is gestapeld, bijvoorbeeld voor kinderen bereikbare vaten die kunnen gaan rollen. Volgens het college blijkt uit dat voorbeeld dat de eigenaar verantwoordelijk kan worden gehouden wanneer het gevaar niet door hemzelf wordt veroorzaakt. Naar het oordeel van de Afdeling is er geen sprake van een vergelijkbare situatie. Het plaatsen van voorwerpen in een bouwwerk waardoor gevaar wordt veroorzaakt, is namelijk een situatie die uitdrukkelijk in artikel 7.22 van het Bouwbesluit is genoemd. In dit geval gaat het echter om het voorkomen van het betreden van een bouwwerk, terwijl van dat bouwwerk, of van zich daarin bevindende voorwerpen, op zichzelf geen gevaarzetting uitgaat. In de nota van toelichting is bovendien vermeld dat het nadrukkelijk niet de bedoeling van deze bepaling is dat er op basis daarvan aanvullende of nadere eisen worden gesteld. De Afdeling begrijpt dit zo dat artikel 7:22 van het Bouwbesluit restrictief moet worden uitgelegd.
4.3. Gelet op het voorgaande onderschrijft de Afdeling het oordeel van de rechtbank in overweging 5.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:2538
Leave a Reply