ABRvS 11 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:755 – Feitelijke slutiing Opiumwet meer dan een jaar na vondst drugs. “[D]e bestuursrechtelijke herstelsanctie [is] niet bedoeld om als afschrikking te dienen of uitsluitend nog om uit te dragen dat de burgemeester handhavend optreedt.”

Print deze pagina

Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 11 februari 2026

Datum publicatie: 11 februari 2026

ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:755

Fragment:

Was sluiting van de woning evenwichtig?

5.       Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor bewoners nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. Deze laatste houden doorgaans verband met de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk acht. Een sluiting met zware nadelige gevolgen voor de bewoners is niet per definitie onevenwichtig. Wel dient de burgemeester aan de voor bewoners mogelijk zeer ingrijpende gevolgen van de sluiting van een woning – die een inmenging in het in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden neergelegde recht kan vormen – een zwaar gewicht toe te kennen bij beantwoording van de vraag of hij van zijn bevoegdheid gebruikmaakt. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid kunnen verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de bijzondere binding van de bewoners met de woning en de gevolgen voor hen van het voor de duur van de sluiting elders moeten verblijven.

5.1.    Zoals tijdens de zitting bij de Afdeling met partijen is vastgesteld, gaat het niet om de vraag of [wederpartij B] om medische redenen een bijzondere binding met de woning aan de [locatie] in Elst heeft. Het gaat alleen om het antwoord op de vraag of [wederpartij B] haar medische situatie voldoende heeft onderbouwd en welke gevolgen de sluiting voor haar medische situatie heeft. De burgemeester brengt terecht naar voren dat de begeleider van de RIBW geen medisch deskundige is en dat aan zijn verklaringen daarom minder betekenis toekomt. De huisarts heeft echter verklaard dat [wederpartij B] bekend is met PTSS en angstklachten waarbij ze haar huis amper uit durft en dat zij daarvoor begeleiding heeft vanuit de RIBW. Verder heeft hij verklaard dat zij in het verleden een depressieve stoornis heeft gehad en dat zij voor dit alles dagelijks medicatie gebruikt. De verklaring van de huisarts over haar klachten wordt ondersteund door de verklaringen van haar psycholoog uit 2017 en 2018, waaruit in ieder geval blijkt dat zij destijds ook al kampte met psychische problemen. Hoewel de huisarts geen medisch specialist is, is hij wel een arts en komt daarom betekenis toe aan zijn verklaring. De burgemeester heeft gesteld dat er een kans is dat [wederpartij B] haar klachten simuleert en dat de huisarts onvoldoende kennis heeft om dat vast te stellen, maar de burgemeester heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van simulatie. De verklaring van de huisarts gaat verder weliswaar niet specifiek in op welke gevolgen een mogelijke woningsluiting heeft voor de medische situatie van [wederpartij B], maar daaruit blijkt wel voldoende dat zij psychisch kwetsbaar is en – zoals de rechtbank terecht heeft overwogen – haar draagkracht voor het omgaan met de gevolgen van het tijdelijk moeten verlaten van de woning tijdens de sluiting beperkt is.

De vraag is vervolgens hoe dat zich verhoudt tot de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. Daarvoor is het tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat van belang. De doorzoeking van de woning waarbij de drugs zijn aangetroffen, vond plaats op 27 januari 2023. De bestuurlijke rapportage van de politie volgde op 6 maart 2023, het primaire besluit dateert van 4 oktober 2023 en het besluit op bezwaar van 29 januari 2024. Met dat laatste besluit heeft de burgemeester besloten om de woning zes weken na verzending van dat besluit feitelijk te sluiten. Er is dus veel tijd verstreken na het constateren van de overtreding. Tijdens de zitting bij de Afdeling heeft de burgemeester te kennen gegeven dat hij bij een gegrond hoger beroep alsnog wil overgaan tot het sluiten van de woning om een signaal aan de buurt af te geven dat hij optreedt tegen drugscriminaliteit. Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 16 juli 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2923), onder 7.2, heeft overwogen, is de bestuursrechtelijke herstelsanctie echter niet bedoeld om als afschrikking te dienen of uitsluitend nog om uit te dragen dat de burgemeester handhavend optreedt. In zoverre komt aan de doelen die de burgemeester met de sluiting beoogd te bereiken beperkte betekenis toe. Dit gold ook al ten tijde van het besluit op bezwaar, omdat er op dat moment immers al veel tijd was verstreken sinds het constateren van de overtreding. De verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 20 maart 2024 kan de burgemeester om die reden dan ook niet baten. De rechtbank heeft gelet op het voorgaande terecht overwogen dat de voor [wederpartij B] nadelige gevolgen van de woningsluiting onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. De burgemeester had daarom moeten afzien van het sluiten van de woning.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:755

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *