ABRvS 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2442 – belang bij beoordeling verzoek om preventief te handhaven tegen festivals is komen te vervallen. Festivals vier jaar geleden plaatsgevonden. Gegevens beschermde diersoorten dus ook niet meer actueel.

Print deze pagina

4.1. De stichting betoogt dat het rapport A&W 2456, dat in de procedures is gebruikt om te concluderen dat de festivals geen overtredingen teweeg zullen brengen van de Wnb, onjuistheden bevat en onvolledig is. Daarnaast betoogt de stichting dat zij uitgebreid heeft onderbouwd in haar rapport “Leeuwarden en haar “Cultuur” SLOPEN de natuur” dat bij eerdere festivals overtredingen van vergunningvoorschriften en schendingen van de bepalingen van de Wnb hebben plaatsgevonden. Daardoor is duidelijk dat bij de festivals die zijn gehouden en zullen worden gehouden in het gebied overtredingen plaatsvinden en dat overtredingen klaarblijkelijk dreigen. Vervolgens is onder meer uit rapportages van de toezichthouder gebleken dat in verboden gebieden is gemaaid.

4.2. De Afdeling is van oordeel dat, voor zover de handhavingsverzoeken betrekking hebben op toekomstige festivals in “De Groene Ster”, het belang van de stichting bij bespreking van deze hoger beroepsgronden is komen te vervallen. De Afdeling zal deze gronden dan ook niet bespreken. Een eventuele vernietiging van de weigering om preventief handhavend op te treden tegen festivals in 2018 kan niet bijdragen aan het doel dat de stichting heeft met het verzoek om preventief handhavend op te treden. Weliswaar was voor een groot deel sprake van terugkerende festivals, in welk verband een oordeel dienstig kan zijn met het oog op toekomstige edities, maar er zijn een aantal omstandigheden die maken dat dat in dit geval niet zo is.

De festivals waar het verzoek over gaat, hebben inmiddels bijna vier jaar geleden plaatsgevonden. In deze vier jaar hebben festivals gedeeltelijk wel en gedeeltelijk geen doorgang gevonden; onder meer vanwege de coronapandemie. Daarbij is het reguliere gebruik van het gebied ook doorgegaan en mogelijk gewijzigd, eveneens in verband met corona. Dit alles heeft gevolgen gehad voor populaties van dieren in het gebied die beschermd worden op grond van de Wnb. Dit betekent dat de gegevens over beschermde diersoorten die relevant zijn voor een oordeel over eventueel handhavend optreden in de toekomst inmiddels verouderd zijn, zodat een oordeel gebaseerd op die gegevens niet meer dienstig kan zijn voor toekomstige festivals.

Daarnaast is als gevolg van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 6 juli 2022, ECLI:NL:RBNNE:2021:2790, het festival Welcome to the Village 2021 niet doorgegaan. Inmiddels is gebleken dat dit festival in de toekomst niet meer in “De Groene Ster” zal plaatsvinden. Uit wat op de zitting is besproken, is gebleken dat dit jaar alleen voorzien wordt om het festival Psy-fy door te laten gaan in dit gebied, maar nu in september, in plaats van augustus, met andere gevolgen voor soorten in dit gebied dan waar eerder vanuit was gegaan. Ook hierom zijn de beschikbare gegevens over beschermde diersoorten niet meer relevant voor een oordeel over eventueel handhavend optreden in de toekomst.

Ter zitting heeft de stichting betoogd dat het niettemin van belang is om aan een omgevingsvergunning en mogelijk een ontheffing voor te houden festivals een preventieve last onder dwangsom te verbinden, zodat niet pas achteraf kan worden opgetreden als is geconstateerd dat de voorschriften in de vergunning worden overtreden. Het stelsel van de vergunningverlening leent zich er naar het oordeel van de Afdeling echter niet voor om een last onder dwangsom te verbinden aan een dergelijke toestemming. Voor zover het nodig is om voorwaarden aan toestemmingen te verbinden, dienen die aan de toestemming te worden verbonden en vormen die voorschriften de grondslag voor handhavend optreden. Voor zover de stichting heeft gesteld dat het systeem daardoor een gat in de handhaving laat vallen, wijst de Afdeling erop dat het college wel degelijk aan één van de festivals een last onder dwangsom heeft opgelegd. Dit staat nog los van de vraag of de stichting een belang in deze procedure kan ontlenen aan deze louter principiële vraag. Weliswaar stelt de stichting dat die last in geen verhouding stond tot het doel dat daarmee moest worden bereikt, maar de beoordeling daarvan dient plaats te hebben in het kader van die last en niet in het kader van het verzoek om handhavend op te treden dat in deze procedure aan de orde is.


https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2022:2442

Print deze pagina

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.