ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3025 – Handhaving tegen gebruik woning ten behoeve van zorg aan licht verstandelijk beperkte volwassenen. Belangenafweging: woning is op een gezoneerd industrieterrein, beperkt mogelijkheden bedrijven. Ondanks “belangrijke maatschappelijke rol” overtreder, handhaving dus redelijk.
Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 27 mei 2026
Datum publicatie: 27 mei 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:3025
– Belangenafweging
16. Azibo doet opnieuw een beroep op de bijzondere omstandigheden waardoor volgens hen handhaving onevenredig is. Volgens haar heeft het college nog steeds niet deugdelijk onderbouwd waarom het handhavingstraject is voortgezet met alle verstrekkende gevolgen voor haar en haar cliënten van dien. Zij voert aan dat er geen klachten zijn uit de buurt. Ook zijn er, doordat regulier wonen ter plaatse is toegestaan, geen milieuargumenten die bewoning door haar cliënten in de weg staan. Zij voert aan dat het pand oorspronkelijk ook een woning is en dat het niet realistisch is dat het pand als bedrijfswoning zal worden gebruikt. Het pand is niet ingeklemd tussen bedrijvigheid of vast gebouwd aan een bedrijfspand.
Legado voert aan dat een belangenafweging ontbreekt in de besluiten van 1 juni 2023. Zij heeft daarbij wat Azibo heeft aangevoerd ook herhaald en ingelast.
16.1. Het college stelt dat het bestemmingsplan “Aanvulling wonen Havengebied” voor een aantal bestaande woningen in het havengebied een gebruik als reguliere woning door maximaal één huishouden toestaat. Er is niet gekozen om meerdere woonverblijven binnen een woning toe te staan of om strijdige situaties te legaliseren. Er moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het college stelt dat uit het geluidrapport dat ten grondslag is gelegd aan het bestemmingsplan “Aanvulling wonen Havengebied” blijkt dat ter plaatse van de zuidgevel van het pand aan de Hendrik ter Kuilestraat 140 een gecumuleerde geluidbelasting van 59 dB is berekend. Volgens de “methode Miedema” komt dat overeen met een matig woon- en leefklimaat. Ook kan de aanwezigheid van meerdere woningen zorgen voor belemmeringen voor omliggende bedrijven. De aanwezigheid van meer dan twee woningen binnen een hectare zorgt ervoor dat deze woningen uit een oogpunt van externe veiligheid als een kwetsbaar object worden gezien in plaats van een beperkt kwetsbaar object. Dit kan volgens het college gevolgen hebben voor de mogelijkheden die omliggende bedrijven hebben om activiteiten te verrichten die relevant zijn op het gebied van externe veiligheid. Dit is het geval ter plaatse van het hier aan de orde zijnde pand. Er is volgens het college geen concreet zicht op legalisatie. Het college acht handhavend optreden ook niet te verstrekkend.
16.2. Op de zitting is met partijen besproken dat Azibo en Legado geen zienswijze naar voren hebben gebracht over het ontwerpbestemmingsplan “Aanvulling wonen Havengebied” en geen beroep hebben ingesteld tegen de vaststelling van dit bestemmingsplan. Verder is met partijen vastgesteld dat het perceel Hendrik ter Kuilestraat 140 zich bevindt op een gezoneerd bedrijventerrein waar in de directe omgeving van het perceel bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 zijn toegestaan en aan de andere zijde van het water zelfs tot en met milieucategorie 4.2. Dit houdt in dat zware bedrijvigheid of industrie in de directe omgeving van het pand is toegestaan. Aan de andere kant is besproken dat Azibo een belangrijke maatschappelijke rol vervult en dat het klopt dat er geen klachten zijn van bedrijven over het gebruik van het pand door de cliënten van Azibo en andersom van de cliënten van de bedrijfsactiviteiten. Dit betekent echter naar het oordeel van de Afdeling niet dat dit niet alsnog kan gaan gebeuren als andere bedrijven zich zullen gaan vestigen in de omgeving van het pand, aangezien er in de directe omgeving bedrijven in milieucategorie 4.1 en 4.2 mogelijk zijn. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college gelet daarop een doorslaggevend gewicht mogen toekennen aan het belang van het handhaven van het bestemmingsplan en het doorzetten van handhavend optreden.
De betogen slagen niet.
16.3. Voor zover Legado in dit verband heeft aangevoerd dat de gemeente van meet af aan bekend was met de bewoning van het pand door cliënten van Azibo en daarbij wijst op dezelfde omstandigheden als Azibo heeft gedaan in het kader van haar beroep op het vertrouwensbeginsel, verwijst de Afdeling naar wat zij hiervoor onder 10.2 heeft overwogen. Naar het oordeel van de Afdeling behoefde het college daaraan niet meer gewicht toe te kennen in zijn belangenafweging.
Het betoog slaagt niet.
16.4. Voor zover Azibo een beroep doet op het gelijkheidsbeginseloverweegt de Afdeling dat de door Azibo in dat verband aangevoerde gevallen geen gelijke gevallen zijn op grond waarvan het college van handhaving had moeten afzien. Als het gaat om de door Azibo genoemde vergunning die is verleend voor een AZC, heeft het college toegelicht dat het hier om een tijdelijke vergunning gaat in verband met de noodsituatie omtrent de opvang van asielzoekers op percelen die, anders dan het perceel aan de Hendrik ter Kuilestraat 140, buiten het gezoneerde deel van het industrieterrein liggen. Als het gaat om andere voormalige bedrijfswoningen in het Havengebied waarbij is meegewerkt aan een reguliere woonbestemming, heeft het college toegelicht dat woningen die regulier bewoond werden onder het overgangsrecht vielen en dat daarvan hier geen sprake is. Ook heeft het college toegelicht dat het niet bedoeling was om ook nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken, zoals hier het geval is, waarbij mensen met een zorgindicatie worden gehuisvest.
Het betoog slaagt niet.
– De last is te verstrekkend
17. Azibo en Legado voeren aan dat de last te verstrekkend is. De last had niet verder mogen strekken dan de opheffing van de overtreding dat het pand door meer dan één huishouden wordt gebruikt. Door de concretisering van de last in de besluiten van 1 juni 2023 komt de last er volgens Azibo en Legado op neer dat Azibo het veld moet ruimen, ook wanneer zij haar gebruik van het pand zou aanpassen aan het bestemmingsplan.
17.1. Volgens de besluiten van 1 juni 2023 luidt last 1 als volgt: “u wordt gelast het gebruik van het perceel in strijd met de geldende bestemmingsplanregels te (laten) staken en gestaakt te (laten) houden. Concreet betekent dit dat Stichting Azibo haar activiteiten op het perceel moet beëindigen en beëindigd moet houden en dat het pand enkel mag worden gebruikt voor bewoning door maximaal 1 huishouden.” Mede in het licht van wat tussen partijen voorafgaand aan deze nieuwe besluiten op bezwaar in deze procedure is gewisseld, kan de concretisering van last 1 niet anders worden begrepen dan dat Azibo haar huidige activiteiten op het perceel moet beëindigen en beëindigd moet houden en dat het pand enkel mag worden gebruikt voor bewoning door maximaal één huishouden door wie dan ook. De Afdeling ziet in wat Azibo heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat last 1 te verstrekkend is. Overigens heeft het college op de zitting daarnaar gevraagd bevestigd dat Azibo na het staken van de huidige activiteiten het pand mag huren voor bewoning door maximaal één huishouden.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie beroepen tegen de besluiten van 1 juni 2023
18. De beroepen van rechtswege van Azibo en Legado gericht tegen de besluiten van 1 juni 2023 zijn ongegrond.
De beroepen tegen de besluiten van 24 oktober 2023
19. Azibo en Legado voeren aan dat de begunstigingstermijn verlengd moet worden tot een jaar nadat onherroepelijk vaststaat dat zij geen gebruik mogen maken van het pand zoals zij dat nu doen.
19.1. De Afdeling overweegt dat de begunstigingstermijn lang genoeg moet zijn om aan de last te kunnen voldoen zonder dwangsom te verbeuren. Maar de begunstigingstermijn mag ook niet langer zijn dan nodig is om aan die last te voldoen. Op de zitting is gebleken dat om aan last 1 te voldoen er voor 9 cliënten van Azibo die in het pand wonen nieuwe woonruimte moet worden gevonden. Partijen zijn het met elkaar eens dat het vinden van nieuwe woonruimte, mede gelet ook op de benodigde zorg die moet kunnen worden verleend, enige tijd zal vergen. Op de zitting heeft het college naar voren gebracht een termijn van een jaar te lang te vinden, omdat de overtreding nu al geruime tijd voortduurt en de begunstigingstermijn al meerdere keren is verlengd. Het college heeft ook te kennen gegeven een termijn tot zes maanden na het doen van deze uitspraak redelijk te achten. De Afdeling sluit zich bij dat laatste standpunt aan. Een langere termijn is uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet verantwoord. Omdat het college zich hiermee over de begunstigingstermijn op een ander standpunt stelt dan in de besluiten van 24 oktober 2023 zijn deze besluiten genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb.
Deze betogen slagen.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:3025
Leave a Reply