De curator moet zorgen voor het milieu, ook volgens het CBb!

De curator heeft het maar zwaar in het bestuursrecht. Na een faillissement wordt hij namelijk uit hoofde van zijn functie (ook wel: ‘qualitate qua’ of ‘q.q.’) automatisch verantwoordelijk voor de naleving van de Wet milieubeheer door het failliete bedrijf. Hij wordt ook verantwoordelijk voor de overtredingen die al zijn aangevangen of gepleegd vóórdat hij als curator in beeld was. In de loop der jaren is zijn verantwoordelijkheid op dit vlak ook almaar verder uitgebreid door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In een recente uitspraak sluit het College van Beroep voor het bedrijfsleven op die rechtspraak aan. Het CBb oordeelt dat nu de strekking van de rechtspraak van de Afdeling is dat de curator verantwoordelijk is voor alle “uit de milieuwetgeving voortvloeiende verplichtingen van het bedrijf” (ECLI:NL:CBB:2018:405), de curator ook voor milieuwetten die een (semi-)economische karakter hebben kan worden aangeschreven. Zoals bijvoorbeeld de Meststoffenwet. Zo lang die wet maar een milieudoelstelling heeft.

1.      Hoe zat het ook alweer met de curator als overtreder?

De curator van een failliete onderneming is al sinds de Alvat uitspraak in 1997 (niet op rechtspraak.nl te vinden maar wel in AB 1998/268) verantwoordelijk voor het naleven van de vergunningvoorschriften die gelden voor het terrein van de failliete vennootschap, inmiddels is hij ook verantwoordelijk voor bodemverontreiniging veroorzaakt door de failliet (het voldoen aan de Wbb – ECLI:NL:RVS:2007:BA4703) en sinds de DIT uitspraak ook voor overtredingen van de milieuvergunning die de failliet al pleegde vóór het faillissement (ECLI:NL:RVS:2013:BZ1261).

In de Bavin uitspraak kwam vervolgens ook de verantwoordelijkheid voor de milieugevolgen van blusactiviteiten van de brandweer erbij (ECLI:NL:RVS:2014:2728) en tot slot (hoewel het niet vaak zal voorkomen) kan de curator gelet op de Thermphos uitspraak ook worden aangesproken voor naleving van een (persoonsgebonden) Kernenergiewetvergunning (ECLI:NL:RVS:2014:2752).

2.      Waarom kan de curator eigenlijk zelf worden aangesproken – en waarom is dat belangrijk?

De gedachte achter deze rechtspraak is dat het belang van het milieu vergt dat er altijd iemand verantwoordelijk kan worden gehouden voor de milieu-effecten van een bedrijf. Als het bedrijf failliet gaat, dan is er nog maar één persoon die invloed heeft op die milieu-effecten: de curator. Daarom kan de curator rechtstreeks worden aangeschreven.

Dat lijkt mij ook een wenselijke stand van zaken. Ten minste, vanuit het belang van het milieu geredeneerd. Voor civilisten (en met name: de insolventierecht specialisten) zal deze rechtspraak een gotspe blijven omdat de curator rechtstreeks wordt aangesproken voor handelen of nalaten van de failliet. Daardoor wordt de overheid volgens civilisten in feite ten onrechte voorgetrokken op de andere schuldeisers.

Dat is dan ook gelijk waarom deze rechtspraak in de praktijk zo belangrijk is. Doordat de curator rechtstreeks kan worden aangesproken voor de naleving van alle milieuwet- en regelgeving kan de boedel dus ook rechtstreeks worden aangesproken door de overheid voor de kosten van het voldoen aan die milieu wet- en regelgeving. Dat is ten nadele van andere schuldeisers, want een schuld die door de curator rechtstreeks moet worden voldaan heeft voorrang op andere schulden. Door deze rechtspraak heeft de overheid dus in feite voorrang op andere schuldeisers.

3.      Wat voegt het CBb er nu aan toe?

In deze uitspraak (ECLI:NL:CBB:2018:405) komt daar nu ook de naleving van de Meststoffenwet bij. De Meststoffenwet is voornamelijk relevant voor de agrarische sector en heeft een gedeeltelijk economisch karakter (niet voor niets dat het CBb dus de hoogste rechter daarvoor is). Het is dus interessant om te zien dat (i) het CBb onderschrijft dat de curator verantwoordelijk is voor de naleving van milieuwetgeving en (ii) dat het CBb oordeelt dat de Meststoffenwet milieuwetgeving is – ook voor wat betreft de administratieve verplichtingen. De Meststoffenwetgeving is immers de implementatie van de Europese Nitraatrichtlijn en die heeft tot doel om milieuverontreiniging te voorkomen. Ook bij de economische bestuursrechter zal de curator dus voortaan rekening moeten houden met het feit dat hij kan worden aangesproken voor wetgeving met een milieudoelstelling.

Deze uitspraak vormt dus een nuttige toevoeging aan de rechtspraak. Het benadrukt dat de curator er gewoon vanuit moet gaan dat hij voor alle milieu wet- en regelgeving kan worden aangesproken – ook bijzondere sectorale wetten zoals de Kernenergiewet en de Meststoffenwet. Curator: u bent gewaarschuwd!

Over de auteur

Thomas Sanders is advocaat bij AKD advocaten te Breda en Eindhoven. Hij is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden op het gebied van het handhavingsrecht en het invorderingsrecht. Zijn praktijk richt zich op het bijstaan van overheden en bedrijven in (vaak omgevingsrechtelijke) handhavingsgeschillen en de handhaving van de openbare orde. Vragen? Neem contact op via tsanders@akd.nl of LinkedIN.

Dit vind je misschien ook leuk...