CBb 17 februari 2026, ECLI:NL:CBB:2026:52 – Geen matiging boete wegens beperkt draagkracht. Bij beoordeling daarvan gaat CBb in lijn met HR uit van “de financiële positie van de overtreder ten tijde van het besluit tot het opleggen van de boete”. HR: rechter toetst echter “omstandigheden waarin de belanghebbende op dat moment verkeert”
Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak: 17 februari 2026
Datum publicatie: 17 februari 2026
ECLI: ECLI:NL:CBB:2026:52
Fragment:
Matiging met het oog op de draagkracht
7.1
Geringe draagkracht kan een reden zijn de boete te matigen. Uit de rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van het College van 14 juni 2022, ECLI:NL:CBB:2022:301, onder 6.2) volgt dat een geringe financiële draagkracht kan worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid – als bedoeld in het derde lid van artikel 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) –, die aanleiding geeft om de boete te matigen. Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 28 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:685, onder 3.4.2) heeft geoordeeld, gaat het daarbij om de financiële positie van de overtreder ten tijde van het besluit tot het opleggen van de boete. De Hoge Raad heeft (onder 3.4.1) overwogen dat in de memorie van toelichting bij artikel 5:46 van de Awb wordt vermeld dat het bestuursorgaan zich zeker bij hogere boetes ervan zal moeten vergewissen dat de boete, mede gelet op de draagkracht van de overtreder, geen onevenredige gevolgen heeft (Kamerstukken II, 2003/04, 29 702, nr. 3, blz. 142-143).
7.2
De landbouwer geeft aan dat zijn liquiditeitspositie ontoereikend is om de boete te betalen. Die stelling heeft de landbouwer niet onderbouwd met stukken uit zijn financiële administratie. Ook heeft de landbouwer een door de minister toegezonden vragenlijst (met bijlagen), die de minister gebruikt om de draagkracht te beoordelen, niet ingevuld. Er is dan ook geen aanleiding om de opgelegde boete wegens onevenredigheid te matigen.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2026:52
Leave a Reply