Rb. Noord-Nederland 13 februari 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:408 – “Onderscheid moet worden gemaakt tussen de last en herstelmaatregelen. De last is waar aan moet worden voldaan. De herstelmaatregel is hoe daaraan kan worden voldaan.” Last is hier prima, maar herstelmaatregel strekt in dit geval te ver.

Print deze pagina

Instantie Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak: 13 februari 2026

Datum publicatie: 20 februari 2026

ECLI: ECLI:NL:RBNNE:2026:408

Fragment:

16. Eiser betoogt dat de last onder dwangsom onduidelijk en te verstrekkend is. Volgens eiser is het college ten onrechte voorbijgegaan aan zijn bezwaren. Uit de last volgt niet duidelijk hoeveel en welke personen er wel ter plaatse zouden mogen blijven wonen. Volgens eiser voldoet de last daarmee niet aan het rechtszekerheidsbeginsel.

Daarnaast betoogt eiser dat de last te verstrekkend is als het gaat om het verwijderen van voorzieningen. In verband met de grootte van het pand is het niet ongewoon om over meerdere voorzieningen te beschikken. Eiser acht dit gedeelte van de last ook overbodig, aangezien het eerste gedeelte van de last over de bewoning voldoende is om het gestelde strijdige gebruik te beëindigen. De last is daarnaast volgens eiser niet evenwichtig omdat voorbijgegaan is aan minder verstrekkende alternatieven en de last lijkt af te wijken van de nieuwe Woonvisie 2023-2028 (de woonvisie).

17. Deze grond slaagt. Daarbij overweegt de rechtbank het volgende.

17.1.
Uit vaste jurisprudentie van de ABRvS volgt dat het rechtszekerheidsbeginsel vereist dat een last zodanig duidelijk en concreet geformuleerd dient te zijn dat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeft te tasten over hetgeen gedaan of nagelaten moet worden om de overtreding te beëindigen.5

17.2.
In het bestreden besluit wordt eiser gelast om de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo te beëindigen en beëindigd te houden. In de last is aangegeven dat de overtreding kan worden beëindigd door de bewoning terug te brengen tot een huishouden dat voldoet aan de beschrijving in de beheersverordening en de woning ongeschikt te maken voor bewoning door meerdere huishoudens door het keukenblok in kamer 6 ontoegankelijk te maken en één van de twee badkamers op de eerste etage ontoegankelijk te maken. Deze herstelmaatregelen zijn volgens het college cumulatief.

17.3.
Onderscheid moet worden gemaakt tussen de last en herstelmaatregelen. De last is waar aan moet worden voldaan. De herstelmaatregel is hoe daaraan kan worden voldaan.

17.4.
Het handhavend optreden van het college is in dit geval gericht op het beëindigen en beëindigd houden van overtreding van de vergunningplicht in de Wabo. Dat is de last, zoals bedoeld in artikel 5:31d, aanhef en onder a, van de Awb. Vaststaat dat het pand op grond van de beheersverordening maar door één huishouden mag worden bewoond. In de beheersverordening is gedefinieerd wat een huishouden is. In het bestreden besluit verwijst het college naar die norm en die definitie. De rechtbank acht daarmee de last voldoende duidelijk. Dat eiser in dit geval een andere visie heeft op of hier sprake is van één huishouden, doet aan de duidelijkheid van de last niets af.

17.5.
Artikel 5:32a, eerste lid, van de Awb bepaalt dat de last onder dwangsom de te nemen herstelmaatregelen omschrijft. Vaste rechtspraak is dat de overtreder een keuze moet worden gelaten ten aanzien van de middelen die hij wenst toe te passen om aan de overtreding een einde te maken.6 Vaste rechtspraak is ook dat een herstelmaatregel niet verder mag strekken dan nodig voor opheffing van de overtreding.7

17.6.
De rechtbank is van oordeel dat de herstelmaatregel in de last over het terugbrengen van de bewoning in het pand naar een huishouden (maatregel a), niet te verstrekkend is. Die maatregel laat eiser voldoende keuzevrijheid als bedoeld in de vaste rechtspraak.

17.7.
De rechtbank is van oordeel dat de herstelmaatregel in de last ten aanzien van ongeschikt maken van het pand voor bewoning door meerdere huishoudens (maatregel b), wel te verstrekkend is. Hoewel de inrichting van het pand een rol kan spelen bij het beoordelen van de vraag of sprake was van een overtreding, is de enkele aanwezigheid van meerdere keukens en/of badkamers als zodanig geen overtreding van de beheersverordening en volstaat het als de bewoning in overeenstemming wordt gebracht met de eis van één huishouden. Het bestreden besluit is op dit punt genomen in strijd met artikel 5:32a, eerste lid, van de Awb.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:408

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *