ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2158 – niet horen bij last onder dwangsom, en kerstperiode, een reden om de begunstigingstermijn te verlengen

2.2.    Niet in geschil is dat het college aan [appellante] van het door het college voorgenomen bestuurlijk optreden tegen de op 14 november 2018 geconstateerde overtreding, in strijd met artikel 4:8, eerste lid, van de Awb, geen vooraankondiging heeft gedaan en dat zij de last rauwelijks heeft ontvangen. Weliswaar heeft zij haar bezwaren tegen de aan de last verbonden begunstigingstermijn in bezwaar naar voren kunnen brengen en is zij ook op 26 februari 2019 op haar bezwaar gehoord, maar ten tijde van deze hoorzitting was die termijn al verstreken en de dwangsom al verbeurd. Niet in geschil is ook dat zij de overtreding toen al had beëindigd. In aanmerking genomen de door [appellante] ook al in bezwaar aangevoerde redenen waarom het haar niet was gelukt om de overtreding voor 4 januari 2019 te doen beëindigen en waarom de aan de last verbonden begunstigingstermijn te kort was, waaronder de omstandigheid dat de helft van deze termijn in de kerstperiode viel en zij van de voorgenomen last geen vooraankondiging had ontvangen, is de Afdeling van oordeel dat het college gelet op de bij deze last betrokken belangen bij het besluit op bezwaar niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten om [appellante] onverkort aan de aan de last verbonden termijn te houden. Onder de gegeven omstandigheden van dit geval was het redelijk geweest om de termijn te verlengen tot de datum van de daadwerkelijke beëindiging van de overtreding. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Het betoog slaagt.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@122356/201907044-1-r4/

Zie ter vergelijking:

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *