ABRvS 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2636 – Boetehoogte is herzien nalv andere uitspraak ABRvS – besluit daartoe is een 6:19 Awb besluit. Overtreding en overtrederschap ongewijzigd en al beoordeeld ihkv oorspronkelijk besluit = geen nieuw (ander) oordeel daarover.

Print deze pagina

Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 11 juni 2025

Datum publicatie: 11 juni 2025

ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:2636

Fragment:

Herzien besluit van 13 februari 2025

8.       De boete die aan [appellant] is opgelegd bij besluit van 28 juli 2022, is gebaseerd op de boetetabel uit de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 die ziet op omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte (tabel 3 uit bijlage 3). Bij uitspraak van 23 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4285) heeft de Afdeling geoordeeld dat deze boetetabel onverbindend is wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat daarin – kort gezegd – onvoldoende wordt gedifferentieerd.

9.       Naar aanleiding van deze uitspraak van de Afdeling heeft het college de boetetabellen aangepast. De nieuwe boetetabellen, waarin meer is gedifferentieerd, zijn sinds 1 januari 2025 van kracht. Bij besluit van 13 februari 2025 heeft het college het besluit van 8 november 2022 gedeeltelijk herzien, namelijk voor zover het gaat om de hoogte van de opgelegde boete, en de boete vastgesteld op € 5.000,00. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:24, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.

10.     [appellant] heeft aangegeven zich ook met het besluit van 13 februari 2025 niet te kunnen verenigen, omdat er geen sprake is geweest van een overtreding.

10.1.  Zoals hiervoor is overwogen, heeft het college met het besluit van 13 februari 2025 het besluit van 8 november 2022 slechts gedeeltelijk herzien, namelijk voor zover het gaat om de hoogte van de boete. Voor het overige is het college gebleven bij het eerder ingenomen standpunt over de overtreding en het overtrederschap. Dit betekent dat voor die standpunten het bestreden besluit van 8 november 2022, dat op deze punten door de rechtbank ook niet is vernietigd, nog steeds geldt. Over dit oordeel van de rechtbank heeft de Afdeling hiervoor al een oordeel gegeven. Wat [appellant] in zijn reactie op het besluit van 13 februari 2025 aanvoert, is slechts een herhaling van wat hij in hoger beroep heeft aangevoerd en leidt dan ook niet tot een ander oordeel.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:2636

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *