ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1363 – Boot is weggesleept en gesloopt, last heeft daarom geen effect meer. Toch procesbelang, omdat overtreder met een nieuwe boot op dezelfde plek is gaan liggen en een nieuwe last te verwachten is.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 11 maart 2026
Datum publicatie: 11 maart 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:1363
Fragment:
Procesbelang
5. De minister heeft aangevoerd dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] geen belang meer hebben bij de beoordeling van hun hoger beroepen, omdat “Vooranker” inmiddels verwijderd is uit Zijkanaal B. Hiermee is de overtreding beëindigd en heeft de last onder bestuursdwang geen rechtskracht meer.
5.1. Op de zitting is de Afdeling gebleken dat “Vooranker” door [appellant sub 1] is afgevoerd en door een sloopbedrijf gesloopt is. Op de zitting heeft de minister verder verklaard dat er ten aanzien van [appellant sub 1] geen overtreding meer is. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben daarom geen belang meer bij de beoordeling van hun hoger beroepen, voor zover die gaan over de aan [appellant sub 1] opgelegde last onder bestuursdwang. Zij hebben niet gesteld schade te hebben geleden. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 4 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2198, geeft de vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over te gaan. Als er geen belang meer bestaat bij een beoordeling van de zaak, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
Vervolgens moet nog worden bezien of in de omstandigheden van het geval, en in het bijzonder in de reden voor het vervallen van het procesbelang, grond is gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Een dergelijke grond kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het bestuursorgaan aan de appellant is tegemoetgekomen.
5.2. Van tegemoetkomen in hiervoor bedoelde zin is geen sprake. Verder is ook niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de door [appellant sub 1] en [appellant sub 2] gemaakte proceskosten voor vergoeding in aanmerking komen.
5.3. De hoger beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] over de last die aan [appellant sub 1] is opgelegd, zijn niet-ontvankelijk.
5.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Het hoger beroep over de last aan [appellant sub 2]
Procesbelang
6. Nu “Vooranker” is afgevoerd en gesloopt, kan een oordeel van de Afdeling over de last die is opgelegd aan [appellant sub 2] geen betekenis meer hebben voor die boot. Maar op de zitting is gebleken dat [appellant sub 2] met een andere boot ligplaats heeft ingenomen in Zijkanaal B. De minister heeft verklaard dat er ten aanzien van [appellant sub 2] sprake is van dezelfde overtreding, maar nu met een andere boot. Een oordeel over deze last kan dus betrokken worden bij een toekomstig besluit tot het opleggen van een nieuwe last. [appellant sub 2] heeft daarom nog belang bij de beoordeling van zijn hoger beroep.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:1363
Leave a Reply