ABRvS 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1405 – BGM heeft te lang gewacht met feitelijk sluiten, mag dus niet meer. Argument van BGM dat “aanwenden van rechtsmiddelen loont als de burgemeester door tijdsverloop niet meer tot sluiting zou mogen overgaan”, doet niet ter zake. Het is een herstelsanctie en geen straf.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 11 maart 2026
Datum publicatie: 11 maart 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:1405
Fragment:
Beoordeling hoger beroep
3. In haar uitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, heeft de Afdeling de uitgangspunten weergegeven waarvan zij zal uitgaan bij haar beoordeling van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De Afdeling verwijst voor deze uitgangspunten daarom naar die uitspraak en zal deze hanteren bij de beoordeling van het hoger beroep.
4. Tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, kan ertoe leiden dat sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan zich immers de situatie voordoen dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn of niet meer in die mate dat de woning moet worden gesloten. Aan wie het tijdsverloop te wijten is, is niet relevant. Zowel in het primaire besluit, de beslissing op bezwaar als een eventueel nader genomen besluit zal de burgemeester moeten beoordelen of sluiting op het tijdstip dat hem ingevolge deze besluitvorming voor ogen staat, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Als de burgemeester de beoogde doelen niet meer kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, is sluiting ongeschikt. In het geval de burgemeester zijn doelen nog wel kan bereiken, dient hij de noodzaak van de sluiting te beoordelen.
4.1. Op 16 december 2023 heeft een politieonderzoek in de woning plaatsgevonden en is een hennepkwekerij aangetroffen. Vervolgens heeft de burgemeester op 3 januari 2024 de bestuurlijke rapportage daarvan ontvangen en naar aanleiding van die rapportage heeft hij bij besluit van 6 februari 2024 gelast de woning voor drie maanden te sluiten. De woning is tot aan het besluit op bezwaar van 27 augustus 2024 niet gesloten geweest, omdat de voorzieningenrechter op 18 april 2024 het besluit van 6 februari 2024 heeft geschorst (ECLI:NL:RBLIM:2024:1907). Bij het besluit op bezwaar heeft de burgemeester wederom gelast de woning te sluiten en laten weten dat over de exacte datum van de sluiting een afzonderlijke brief volgt. In een brief van 29 augustus 2024 heeft de burgemeester aangekondigd de woning op 8 oktober 2024 te zullen sluiten als [appellant] en anderen op dat moment nog geen uitvoering hebben gegeven aan de last. De Afdeling stelt vast dat op 8 oktober 2024 tien maanden zijn verstreken sinds het politieonderzoek waarbij de hennepkwekerij is aangetroffen. De burgemeester heeft desgevraagd op de zitting bij de Afdeling niet kunnen toelichten welke doelen op dat moment met het sluiten van de woning nog konden worden gediend. Het argument van de burgemeester dat het aanwenden van rechtsmiddelen loont als de burgemeester door tijdsverloop niet meer tot sluiting zou mogen overgaan, miskent dat deze last onder bestuursdwang een herstelsanctie is die strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding en dat als die doelen niet (meer) worden gediend, sluiting niet meer aan de orde is, ongeacht de oorzaak van het tijdsverloop. De Afdeling is dan ook van oordeel dat het tijdsverloop tussen het constateren van de overtreding en het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting had willen overgaan, dermate lang is geweest dat de sluiting van de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer kon bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend, en sluiting daarom geen geschikt middel is.
Het betoog slaagt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:1405
Leave a Reply