ABRvS 13 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2732 – Overijsselse koeien evenredigheid uitspraak wordt vernietigd. Handhaving wél evenredig. BO herroept ter uitvoering van Rb uitspraak handhavingsbesluit (en daar “geen voorbehoud gemaakt”) – heeft wel nog gewoon procesbelang bij hoger beroep.
Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 13 mei 2026
Datum publicatie: 13 mei 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:2732
Beoordeling van het incidenteel hoger beroep
Is handhavend optreden evenredig in verhouding tot de daarmee te dienen doelen?
7.2. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Verder kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
7.3. Dat, zoals [appellant sub 1] stelt, het opleggen van de last tot het terugbrengen van de weggedeelten in de oorspronkelijke staat grote financiële bedrijfsgevolgen met zich brengt, biedt geen grond voor het oordeel dat handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat het college in dit geval van handhavend optreden behoorde af te zien. Dat dit leidt tot het verlies van bedrijfsvoordeel, is een omstandigheid die voor risico van [appellant sub 1] komt. Het college heeft zich daarom in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat aan de financiële belangen van [appellant sub 1] geen doorslaggevend gewicht hoeft te worden toegekend. De Afdeling acht van belang dat het college heeft aangegeven de oorspronkelijke wandel-/fietsroute te willen herstellen, omdat dit tot een betere aansluiting op bestaande wandel- en fietsroutes leidt en een grotere recreatieve waarde heeft. Daarbij heeft het college ook gewezen op een mogelijke precedentwerking bij het niet terugbrengen naar de oorspronkelijke staat van de weggedeelten. Het college heeft gepoogd de gevolgen enigszins te verzachten door het aanbod veeroosters te plaatsen om zo vrij koeverkeer en weidegang mogelijk te maken. Dat koeien daar in het geheel geen gebruik van kunnen maken, zoals op de zitting toegelicht, acht de Afdeling niet aannemelijk. Gelet hierop is de Afdeling, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het college in redelijkheid van zijn handhavingsbevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.
7.4. Het betoog slaagt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:2732
Leave a Reply