ABRvS 15 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4127 – Betoog derde dat Rb ten onrechte verzoek om handhaving heeft geindentificeerd buiten beschouwing: de derde hebben “geen (incidenteel) hoger beroep” ingesteld. “Dit oordeel kan in hoger beroep dan ook niet door hen aan de orde worden gesteld.”

Print deze pagina

Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Datum publicatie: 15 juli 2026

ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:4127

Uitspraak van de rechtbank

4.       De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen sprake is geweest van een overtreding. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de drijfstok niet is gebruikt om de jacht mee uit te oefenen. Volgens oude maar vaste rechtspraak van de kantonrechter en de Hoge Raad valt het doden van aangeschoten wild niet onder ‘jagen’. Deze arresten zien weliswaar op het begrip ‘jagen’ uit de Jachtwet, maar de daarin gehanteerde definitie van het begrip ‘jacht’ is nagenoeg gelijk aan die uit de Wnb. Daarom is er geen sprake van een overtreding van artikel 3.21, eerste lid, van de Wnb.

Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen sprake is van een overtreding van het verbod van artikel 3.10, van de Wnb. Het is een jachthouder toegestaan in zijn jachtveld wild te vangen en te doden als is voldaan aan de voorwaarden uit paragraaf 3.5 en 3.6 van de Wnb. De drijver heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende rekening gehouden met de in artikel 3.24 van de Wnb geformuleerde plicht dat eenieder die een in het wild levend dier doodt, voorkomt dat het onnodig lijdt.

Betoog [jager] en [drijver]

5.       [jager] en [drijver], de jager en drijver die betrokken waren bij de jacht op de haas, betogen in hun schriftelijke uiteenzetting dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zijn eigen handhavingsmiddelen kiest en dat het college het handhavingsverzoek heeft mogen lezen als een verzoek om handhaving en daarnaast om een boete.

5.1.    De Afdeling stelt vast dat [jager] en [drijver] geen (incidenteel) hoger beroep hebben ingesteld tegen dit oordeel van de rechtbank. Dit oordeel kan in hoger beroep dan ook niet door hen aan de orde worden gesteld.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:4127

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *