ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3224 – Sloop gebouwen hangende bezwaar = overtreding permanent beëindigd. BO had bij BOB last moeten herroepen met ingang van de BOB.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 16 juli 2025
Datum publicatie: 16 juli 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:3224
Fragment:
Nieuwe recreatiewoningen
7. De Witte Raaf betoogt dat de recreatiewoningen aan het Ravenhof zijn gesloopt vóór het besluit op bezwaar van 21 januari 2021 en niet in dezelfde perceelvorm zijn teruggebouwd, waardoor de huisnummers waarvoor de last is opgelegd, zijn komen te vervallen. Daarnaast heeft het college voor de bouw van de nieuwe recreatiewoningen een omgevingsvergunning verleend, waarbij een vooroverleg heeft plaatsgevonden voordat het besluit op bezwaar is genomen. Daarmee is volgens De Witte Raaf duidelijk dat het college er al lange tijd mee bekend was dat de woningen niet in dezelfde vorm zouden worden teruggebouwd. Voorts betoogt De Witte Raaf dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de veronderstelling dat de nieuwe recreatiewoningen niet zullen worden gebruikt ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten, geen rechtvaardiging vormt om het besluit te herroepen. Hiertoe voert De Witte Raaf aan dat het verhuurbeleid van de nieuwe recreatiewoningen is veranderd, waardoor de recreatiewoningen nu nog maar voor 3 weken achtereen aan dezelfde huurder mogen worden verhuurd.
Samenvattend heeft de rechtbank niet onderkend dat een overtreding in de recreatiewoningen aan het Ravenhof ten tijde van het besluit van 21 januari 2021 was uitgesloten.
7.1. Bij het besluit van 20 maart 2020 is een last onder dwangsom opgelegd. De last strekt tot beëindiging van de overtredingen in de recreatiewoningen aan De Witte Raaflaan 49, 62 en 68A en het Ravenhof 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 10, 11, 12 (lees: 13), 14, 15 en 16 en het beëindigd houden van die overtredingen. De last ziet daarmee op deze specifiek met huisnummer genoemde recreatiewoningen.
Vast staat dat de recreatiewoningen aan het Ravenhof waren gesloopt ten tijde van het besluit op bezwaar van 21 januari 2021. Op de zitting hebben partijen dit bevestigd. Voorts heeft het college op de zitting niet betwist dat ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar de vergunning voor het bouwen van recreatiewoningen aan het Ravenhof reeds was aangevraagd. Het college kon daarom ten tijde van het besluit op bezwaar weten dat er op dat moment geen recreatiewoningen meer waren aan het Ravenhof en dat de recreatiewoningen aan het Ravenhof niet op dezelfde manier herbouwd zouden worden. Uit de aanvraag bleek namelijk dat er aan de Ravenhof meer recreatiewoningen terug zouden worden gebouwd, dat dit zou gebeuren op kleinere percelen en dat er daarnaast ook nog enkele recreatiewoningen zouden worden gebouwd op een naastgelegen plek aan het Ravenhof waar eerder geen recreatiewoningen stonden. Het vorenstaande betekent dat de overtredingen in de in het besluit van 20 maart 2020 genoemde recreatiewoningen aan het Ravenhof op het moment van het besluit op bezwaar beëindigd waren vanwege de sloop daarvan en dat de overtredingen in die woningen in de toekomst ook beëindigd zouden blijven, omdat die woningen niet op dezelfde manier herbouwd zouden worden. Het college had gelet op die omstandigheden het besluit van 20 maart 2020, voor zover daarbij een last onder dwangsom was opgelegd voor het gebruik van de recreatiewoningen met de in het besluit genoemde huisnummers aan het Ravenhof, moeten herroepen met ingang van de datum waarop het besluit op bezwaar is genomen. Voor zover het college op de zitting heeft aangevoerd dat de in het besluit op bezwaar in stand gehouden last ziet op de kadastrale aanduiding van het Ravenhof, overweegt de Afdeling dat in dat besluit geen kadastrale aanduiding is opgenomen.
De rechtbank heeft het vorenstaande niet onderkend. Nu alleen al om deze reden de rechtbank het besluit van 21 januari 2021 gedeeltelijk had moeten vernietigen, komt de Afdeling niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de hogerberoepsgrond met betrekking tot het gewijzigde verhuurbeleid van De Witte Raaf. De Afdeling volgt niet de conclusie van de rechtbank dat het college ten tijde van het besluit op bezwaar geen aanleiding had hoeven zien om de opgelegde last onder dwangsom voor de recreatiewoningen aan het Ravenhof te herroepen. Het betoog slaagt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:3224
Leave a Reply