ABRvS 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2297 – “Inspanningen achteraf kunnen alleen tot matiging [van een bestuurlijke boete] leiden als deze adequaat zijn, uit eigen beweging en zo snel mogelijk zijn verricht”.
Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 22 april 2026
Datum publicatie: 22 april 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:2297
6. Verder betoogt [appellante] dat de boete gematigd had moeten worden. Daartoe voert [appellante] aan dat zij na de overtreding een intern bedrijfsbeleid heeft ingevoerd waarbij per project wordt beoordeeld of een extra verreiker moet worden ingezet om verdere overtredingen te voorkomen.
7. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, bijvoorbeeld de uitspraak van 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4622, moet de minister bij het toepassen van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete, op grond van artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, de hoogte van de boete afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij moet hij rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. De minister kan omwille van de rechtseenheid en rechtszekerheid beleid vaststellen en toepassen over het wel of niet opleggen van een boete en het bepalen van de hoogte daarvan. Ook als het beleid door de rechter niet onredelijk is bevonden, moet de minister bij de toepassing daarvan in elk individueel geval beoordelen of die toepassing in overeenstemming is met de hiervoor bedoelde wettelijke eisen aan de uitoefening van de boetebevoegdheid. Steeds moet de boete, zo nodig in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zo worden vastgesteld dat deze evenredig is. De rechter toetst zonder terughoudendheid of het besluit van de minister met betrekking tot de boete voldoet aan deze eisen en dus leidt tot een evenredige sanctie.
8. De minister heeft overeenkomstig de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving de boete vastgesteld op € 2.700,00. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 13 november 2024 overwogen dat inspanningen achteraf direct van betekenis kunnen zijn voor de beoordeling of de opgelegde boete, gelet op de individuele omstandigheden, passend en geboden is. Inspanningen achteraf kunnen alleen tot matiging leiden als deze adequaat zijn, uit eigen beweging en zo snel mogelijk zijn verricht. Hoewel [appellante] uit eigen beweging het interne beleid heeft gewijzigd, heeft zij dit beleid pas doorgevoerd nadat voor een tweede keer handhavend is opgetreden. De Afdeling ziet in hetgeen [appellante] naar voren heeft gebracht geen aanleiding voor het oordeel dat de boete te hoog is vastgesteld.
Het betoog faalt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:2297
Leave a Reply