ABRvS 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1844 – Legalisering van situatie na verstrijken begunstigingstermijn, maakt niet dat verbeurde dwangsommen niet zijn verschuldigd.

Print deze pagina

Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 23 april 2025

Datum publicatie: 23 april 2025

ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:1844

Fragment:

14.     [appellant] betoogt dat hij een omgevingsvergunning heeft verkregen en dat bouwwerken zijn gesloopt. Daarmee is volgens hem een einde gekomen aan de illegale situatie. Dat heeft tot gevolg dat er geen dwangsommen verbeurd hoeven te raken en niet hoeven te worden geïncasseerd.

14.1.  Ter zitting heeft [appellant] zijn beroepsgrond toegelicht. Vast staat dat de door hem aangevoerde omstandigheden dateren van na het verstrijken van de begunstigingstermijn. Na het verstrijken van de begunstigingstermijn verbeuren de dwangsommen van rechtswege. De Afdeling overweegt dat, wat er verder van het door [appellant] aangevoerde zij, de aangevoerde omstandigheden niet maken dat de invordering van de dwangsommen onrechtmatig is, nu het omstandigheden van na het verstrijken van de begunstigingstermijn en daarmee van na de verbeurte van de dwangsommen betreft. De enkele omstandigheid dat inmiddels geen sprake meer is van een illegale situatie maakt, wat daar verder van zij, verder niet dat invorderen van reeds verbeurde dwangsommen onredelijk is.

Voor zover [appellant] tegen de invorderingsbesluiten gronden naar voren heeft gebracht die hij tegen de last onder dwangsom naar voren heeft gebracht is voorts, gelet op hetgeen hiervoor onder 6.1 tot en met 12.1 is overwogen, niet gebleken van een uitzonderlijk geval als hiervoor bedoeld onder 13.

Het betoog slaagt niet.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:1844

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *