ABRvS 24 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4527 – Stelling burger dat hij handhavingsbesluit niet heeft ontvangen, wordt gevolgd door Afdeling “gelet op de recente problemen rondom de bezorging van aangetekende post”.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 24 september 2025
Datum publicatie: 24 september 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:4527
Fragment:
Beoordeling van het hoger beroep
4. Om te beoordelen of de rechtbank het beroep van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard moet eerst worden onderzocht of de AP het besluit van 11 juli 2022 op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt, zodat op de dag daarna de beroepstermijn is begonnen.
4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen geschiedt bekendmaking van een besluit op grond van artikel 3:41, eerste lid, van de Awb door toezending of uitreiking van het besluit aan de aanvrager. Als de bekendmaking van het besluit geschiedt door toezending van het besluit is als regel de dag van de terpostbezorging van het besluit bepalend voor de aanvang van de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift. De regel dat met de terpostbezorging van het besluit de bekendmaking heeft plaatsgevonden, lijdt echter uitzondering als het poststuk de belanghebbende niet heeft bereikt als gevolg van een fout van het bestuursorgaan, zoals een verkeerde adressering die aan het bestuursorgaan te wijten is. In zo’n geval kan niet worden gezegd dat bekendmaking van het besluit op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden. Vergelijk de uitspraak van 11 januari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:84.
4.2. In dit geval is het niet aan een fout van de AP te wijten dat het besluit onbestelbaar retour is ontvangen, en moet daarom worden geoordeeld dat het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Dat betekent dat de beroepstermijn is begonnen op de dag nadat de AP het besluit van 11 juli 2022 aangetekend heeft verzonden. Het beroepschrift van [appellant] is op 11 september 2022 door de rechtbank ontvangen. Dat is buiten de beroepstermijn van zes weken en dus te laat. De Afdeling zal onderzoeken of deze termijnoverschrijding verschoonbaar was, waardoor de rechtbank het beroep alsnog in behandeling had moeten nemen.
4.3. Als een stuk van een bestuursorgaan of rechterlijke instantie aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst ervan ontkent, moet worden onderzocht of het postvervoerbedrijf het stuk op regelmatige wijze op het adres van de belanghebbende is aangeboden. Als het interne systeem van het postvervoerbedrijf laat zien dat de bezorger het stuk op het juiste adres heeft uitgereikt of daar een zogenoemd afhaalbericht heeft achtergelaten, rechtvaardigt dat het vermoeden dat het stuk op regelmatige wijze op dat adres is aangeboden. Als belanghebbende stelt dat het stuk niet is uitgereikt of geen afhaalbericht (op het juiste adres) is ontvangen, dan ligt het op zijn weg om het aan de gegevens van het postvervoerbedrijf ontleende vermoeden te ontzenuwen. Hiervoor is niet vereist dat hij aannemelijk maakt dat het stuk niet is ontvangen of aangeboden. Voldoende is dat belanghebbende feiten en omstandigheden aanvoert op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld of het stuk is ontvangen of aangeboden. Als belanghebbende erin slaagt het vermoeden te ontzenuwen, dan moet worden aangenomen dat het desbetreffende stuk niet op regelmatige wijze op het adres van belanghebbende is aangeboden.
4.4. Uit het door de AP ingediende ‘Track & trace’-overzicht blijkt dat volgens het interne systeem van PostNL het stuk op het adres van [appellant] is aangeboden en daarna naar een PostNL-punt is verzonden. Dit rechtvaardigt het vermoeden dat het stuk op regelmatige wijze is aangeboden. [appellant] stelt dat hij geen afhaalbericht heeft ontvangen. Gelet op de recente problemen rondom de bezorging van aangetekende post ziet de Afdeling geen reden om [appellant] hierin niet te volgen. Daarmee heeft [appellant] het vermoeden van regelmatige bezorging ontzenuwd, zodat moet worden aangenomen dat het besluit niet op regelmatige wijze op zijn adres is aangeboden. [appellant] kon dus niet weten dat de AP het besluit had genomen totdat hij bij brief van 1 augustus 2022 op de hoogte werd gesteld van het besluit.
4.5. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1406, onder 4.6, moet, als de belanghebbende pas kennis neemt van een op correcte wijze bekendgemaakt besluit als de bezwaar- of beroepstermijn al geheel of grotendeels is verstreken en de belanghebbende ook niet eerder kennis kón nemen van het besluit, een termijn van zes weken worden gehanteerd waarin de belanghebbende met het maken van bezwaar of instellen van het beroep in ieder geval niet verwijtbaar te laat is.
4.6. De rechtbank heeft het beroepschrift van [appellant] op 11 september 2022 ontvangen. Dat is binnen zes weken nadat hij van het besluit op de hoogte is gesteld en dus niet verwijtbaar te laat. De rechtbank heeft het beroep daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Het betoog slaagt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:4527
Leave a Reply