ABRvS 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3544 – Invorderingsbesluit gericht aan verkeerde partij. Geen vereenzelviging mogelijk in dit geval, dus invorderingsbesluit gaat onderuit.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 30 juli 2025
Datum publicatie: 30 juli 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:3544
Fragment:
Het invorderingsbesluit
5. HuurSnel West betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat zij geen dwangsom kan verbeuren, omdat de last onder dwangsom niet aan haar is opgelegd, maar aan een andere rechtspersoon.
5.1. De Afdeling volgt niet het standpunt van het college dat HuurSnel West geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van deze beroepsgrond. Dat de dwangsom inmiddels is betaald door een andere rechtspersoon betekent niet dat het procesbelang van HuurSnel West daarmee is vervallen.
5.2. De last onder dwangsom is gericht aan GoodStay Groep B.V./GoodStay/StaySolutions. Dat betekent dat GoodStay Groep B.V. als overtreder is aangemerkt en aan de last moet voldoen. Het invorderingsbesluit is gericht aan HuurSnel West B.V./StaySolutions. De twee rechtspersonen GoodStay Groep B.V. en HuurSnel West B.V. zijn weliswaar onderdeel van hetzelfde concern, maar van elkaar te onderscheiden entiteiten. Er is in dit geval geen reden om deze twee rechtspersonen met elkaar te vereenzelvigen. Dat GoodStay GroepB.V. en HuurSnel West B.V. beide als handelsnaam StaySolutions gebruiken, leidt niet tot een ander oordeel, alleen al omdat heel veel vennootschappen binnen het concern deze handelsnaam gebruiken en deze dus onvoldoende onderscheidend is. Omdat de last niet aan HuurSnel West is opgelegd en zij daarom geen dwangsom heeft verbeurd, heeft het college de verbeurde dwangsom niet bij HuurSnel West kunnen invorderen. De rechtbank heeft dat niet onderkend. Het betoog slaagt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:3544
Leave a Reply