CBb 14 juli 2026, ECLI:NL:CBB:2026:321 – Bestuursdwang uitgewerkt, geen kosten verhaald. Aantasting eer en goede naam niet voldoende in dit geval – het beroep is louter principieel.
Instantie: College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak: 14 juli 2026
Datum publicatie: 14 juli 2026
ECLI: ECLI:NL:CBB:2026:321
Procesbelang
2.1
Het College beoordeelt eerst of [naam 1] (nog) belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep (procesbelang). Als het procesbelang ontbreekt, is het beroep nietontvankelijk. Dat is naar het oordeel van het College hier het geval. Hieronder legt het College uit waarom.
2.2
Voor de vraag of er procesbelang bestaat, is van belang wat [naam 1] met zijn beroep nastreeft. Het doel dat hij hiermee wil bereiken, moet hij ook daadwerkelijk kunnen bereiken en dat resultaat moet voor hem feitelijke betekenis hebben en niet alleen hypothetische. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang. Daarbij geldt in zaken als hier aan de orde dat in beginsel geen procesbelang kan zijn gelegen in de beoordeling van een reeds verstreken periode of een inmiddels ingetrokken of vervallen besluit, tenzij sprake is van een onderbouwd verzoek om schadevergoeding dan wel indien een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn bij toekomstige (terugkerende) besluiten (zie bijvoorbeeld de uitspraken van het College van 17 januari 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:30, onder 6), 19 juli 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:415, onder 3.1) en 23 maart 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:304, onder 8.1.3)). [naam 1] zal in dat geval (desgevraagd) concreet moeten aangeven waarom de beoordeling van het besluit voor hem nog feitelijke betekenis heeft.
2.3
Het College stelt vast dat de last onder bestuursdwang op 5 oktober 2024 is uitgewerkt doordat de aan de last verbonden geldingstermijn is verstreken. Ook staat vast dat de minister geen bestuursdwang heeft toegepast en dus geen kostenbeschikkingen heeft genomen. Dit betekent dat [naam 1] in beginsel geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
2.4
Het College heeft [naam 1] gevraagd wat hij met het beroep tegen de last onder bestuursdwang wil bereiken en waarin zijn procesbelang is gelegen. [naam 1] heeft betoogd dat zijn belang is gelegen in de aantasting van zijn integriteit en vakbekwaamheid, en de rechtvaardigheid, omdat de NVWA deze waarden jarenlang niet heeft gerespecteerd. De onaangekondigde inspecties en aantijgingen hebben hem veel stress bezorgd. Tijdens de inspectie van 9 augustus 2023 zijn de toezichthouders van de NVWA zonder zijn toestemming de stallen binnengetreden, en was sprake van huisvredebreuk. [naam 1] heeft het idee dat hij op een zwarte lijst staat en wil genoegdoening.
2.5
Naar het oordeel van het College heeft [naam 1] niet aannemelijk gemaakt dat de beoordeling van de last onder bestuursdwang voor hem nog feitelijke betekenis heeft. [naam 1] heeft niet gesteld dat hij schade heeft geleden als gevolg van de last onder bestuursdwang of kosten heeft gemaakt om aan de last te voldoen. Zelfs als het College het standpunt van [naam 1] over de handelwijze van de NVWA zou volgen, valt niet in te zien welke feitelijke betekenis dat voor [naam 1] zou hebben. Het belang van [naam 1] is principieel van aard. Dat heeft hij op de zitting ook erkend. Zoals hiervoor is overwogen, levert dat op zichzelf geen procesbelang op. Het College zal het beroep van [naam 1] dan ook niet-ontvankelijk verklaren vanwege het ontbreken van procesbelang.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2026:321
Leave a Reply