CBb 16 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:463 – Cautie niet verleend, maar verklaring “niet relevant […] voor het bewijs van de overtreding”. Beroepsgrond slaagt daarom niet.
Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak: 16 september 2025
Datum publicatie: 16 september 2025
ECLI: ECLI:NL:CBB:2025:463
Fragment:
Cautie
3.1
De maatschap heeft als meest verstrekkende beroepsgrond aangevoerd dat al het verkregen bewijs moet worden uitgesloten, omdat de minister de cautie te laat heeft gegeven. De toezichthouder heeft bij aanvang van het verhoor van [naam 1] , dat plaatsvond op 21 juni 2018, de cautie gegeven, maar dat had hij volgens de maatschap al moeten doen bij het eerste contact met [naam 1] , te weten op 8 augustus 2017. Volgens de maatschap bestond bij de toezichthouder al voor hij het onderzoek startte het vermoeden dat sprake zou zijn van een strafbaar feit. Dit kan worden opgemaakt uit het rapport van bevindingen en uit de mededelingen die de toezichthouder aan de dochters van [naam 1] heeft gedaan, namelijk dat [naam 1] verdacht werd van strafbare feiten en dat hij de gevangenis in zou gaan.
3.2
Het College stelt vast dat de verklaring die [naam 1] op 8 augustus 2017 heeft afgelegd, niet relevant is voor het bewijs van de overtreding. Deze verklaring ligt ook niet ten grondslag aan de besluitvorming van de minister. Daarbij komt dat de gemachtigde van de maatschap ter zitting bij het College heeft verklaard dat de verklaring die [naam 1] op 8 augustus 2017 heeft afgelegd, geheel juist is en correspondeert met de feiten. Deze hogerberoepsgrond slaagt dus niet.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:463
Leave a Reply