CRvB 14 mei 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:740 – Bewijslast boete “Volgens vaste rechtspraak […] zwaarder” dan herstelsanctie. Indien rechter al de boete vol heeft getoetst, is daarmee impliciet ook al geoordeeld over bijzondere omstandigheid bij herstelsanctie.
Instantie Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak: 14 mei 2025
Datum publicatie: 15 mei 2025
ECLI: ECLI:NL:CRVB:2025:740
Fragment:
Boete
4.6.
Volgens vaste rechtspraak is de bewijslast voor het opleggen van een boete zwaarder dan die bij de toepassing van de bevoegdheid tot beëindiging, herziening of intrekking van een uitkering op de grond dat de inlichtingenplicht is geschonden en van de bevoegdheid tot terugvordering wegens onterecht of tot een te hoog bedrag ontvangen uitkering.4 Dit brengt mee dat het Uwv moet aantonen dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door aan het Uwv geen mededeling te doen van zijn verblijf in België.
4.7.
Met het overleggen van het onderzoeksrapport van 12 mei 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken heeft het Uwv aangetoond dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door geen melding te doen van zijn verblijf in België in de periode waarin hij een WW-uitkering ontving. Het niet nakomen van de inlichtingenplicht is appellant te verwijten. Het Uwv was daarom verplicht om aan appellant een boete op te leggen.
4.8.
Met betrekking tot de hoogte van de boete heeft het Uwv in het bestreden besluit de opgelegde boete verlaagd naar € 40,- omdat appellant geen aflossingscapaciteit heeft. Hiermee heeft het Uwv voldoende rekening gehouden met de financiële draagkracht van appellant en is de boete van € 40,- evenredig. Ook anderszins is niet gebleken dat deze boete onevenredig is.
4.9.
De beroepsgrond dat sprake is van een dringende reden om van het opleggen van een boete af te zien dan wel de boete te matigen, slaagt evenmin. Volgens vaste rechtspraak wordt een bestuurlijke boete vol getoetst op de evenredigheid.5 Daarbij worden alle feiten en omstandigheden betrokken waarbij zowel wordt gekeken naar de oorzaken als de gevolgen van de boete, waaronder de financiële gevolgen. De verruimde uitleg in de rechtspraak van de dringende reden gaat niet verder dan deze indringende toets op de evenredigheid. Wat appellant heeft aangevoerd ter onderbouwing van zijn standpunt dat sprake is van een dringende reden om geheel of gedeeltelijk van het opleggen van een boete af te zien, heeft de Raad daarom al betrokken bij de beoordeling zoals opgenomen onder 4.8 en heeft geleid tot het oordeel dat de boete evenredig is. De verruimde uitleg leidt daarom niet tot een ander oordeel.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CRVB:2025:740
Leave a Reply