HR 10 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:586 – Geen sprake van hetzelfde feit: boetes zien op verschillende fiscale jaren. Geen strijd met una-via.
Instantie: Hoge Raad
Datum uitspraak: 10 april 2026
Datum publicatie: 10 april 2026
ECLI: ECLI:NL:HR:2026:586
4De oordelen van het Hof
4.1
Voor het Hof was onder meer in geschil of de aansprakelijkstelling van belanghebbende voor de vergrijpboete 2013 in stand kon blijven.
4.2
Het Hof heeft ambtshalve geoordeeld dat met de aansprakelijkstelling van belanghebbende voor de vergrijpboete 2013, die is opgelegd op grond van artikel 67f AWR, en de strafrechtelijke vervolging van belanghebbende voor het feitelijk leiding geven aan overtreding van (onder meer) artikel 69 AWR, dezelfde gedraging strafrechtelijk wordt bestraft met, beoordeeld naar dit geval, materieel eenzelfde delictsomschrijving. Het Hof is van oordeel dat daarom het una-viabeginsel zoals neergelegd in artikel 5:44 Awb wordt geschonden door belanghebbende aansprakelijk te stellen voor de vergrijpboete.
5. Beoordeling van de in het principale beroep in cassatie voorgestelde middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
6. Beoordeling van het in het incidentele beroep in cassatie voorgestelde middel
6.1
Het middel keert zich tegen het hiervoor in 4.2 bedoelde oordeel van het Hof dat met de aansprakelijkstelling van belanghebbende voor de vergrijpboete 2013 het una-viabeginsel is geschonden. Volgens het middel is van zo’n schending geen sprake omdat de strafrechtelijke veroordeling ziet op de heffing over aangiftetijdvakken in 2011 en 2012, terwijl de vergrijpboete waarvoor belanghebbende aansprakelijk is gesteld ziet op de heffing over aangiftetijdvakken in 2013.
6.2
Het middel slaagt. Aangezien de strafrechtelijke veroordeling van belanghebbende ziet op andere aangiftetijdvakken dan waarop de vergrijpboete ziet waarvoor belanghebbende aansprakelijk is gesteld, gaat het om sancties voor verschillende gedragingen.5 Van schending van het una-viabeginsel kan daarom geen sprake zijn.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2026:586
Leave a Reply