Rb. Gelderland 1 juli 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:5049 – Keur verbiedt dempingswerkzaamheden, maar niet het ‘gedempt houden’. Geen overtreding.

Print deze pagina

Instantie Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak: 1 juli 2025

Datum publicatie: 3 juli 2025

ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2025:5049

Fragment:

Heeft eiseres artikel 3.2, eerste lid, van de Keur overtreden?

6. De rechtbank constateert dat het college eiseres niet langer verwijt dat zij de watergangen op haar perceel heeft gedempt. Wel verwijt zij eiseres nog altijd dat zij de door het college gestelde demping in stand laat.

6.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat eiseres daardoor artikel 3.2, eerste lid, van de Keur overtreedt. Volgens het college is op grond van dit artikel ook het laten voortbestaan van een demping een overtreding. Dat betekent volgens het college dat eiseres als overtreder kan worden aangemerkt. Op de zitting heeft het college nader toegelicht dat de overtreding van eiseres bestaat uit het laten staan van grond, een vaste substantie, in de watergangen op haar perceel.

6.2.
De beroepsgrond van eiseres dat zij artikel 3.2, eerste lid, van de Keur niet heeft overtreden slaagt. Als er al op enig moment sprake is geweest van een demping met grond van de watergangen op het perceel van eiseres, zoals het college stelt en eiseres gemotiveerd betwist, dan levert het (gesteld) in stand laten van deze demping geen overtreding van eiseres van artikel 3.2, eerste lid, van de Keur op.

6.3.
Lezing van de Keur brengt de rechtbank net als het college ter zitting tot het oordeel dat met het gesteld storten van grond in watergangen geen sprake is van het behouden van werken. Werken worden volgens artikel 1.1. onder r, van de Keur immers gedefinieerd als ‘alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies met toebehoren’. Bij de gestelde demping met grond kan niet gesproken worden van een constructie.

6.4.
Uit de toelichting op de Keur blijkt verder dat in artikel 3.2, eerste lid, van de Keur een algemene, ruime verbodsbepaling is opgenomen voor handelingen of het laten liggen of laten staan van werken, vaste substanties of voorwerpen bij waterstaatwerken. De rechtbank overweegt dat in de toelichting op de Keur staat dat onder de zinsnede ‘handelingen te verrichten’ onder andere dempingwerkzaamheden vallen. Dat het in stand laten van een (gestelde) demping ook als het laten staan van een vaste substantie, te weten grond, in een watergang gekwalificeerd moet worden, past daar niet bij. In de toelichting op de Keur staat: “Het storten, plaatsen of neerleggen van vaste substanties of voorwerpen in, op, onder of over een waterstaatswerk of een daartoe behorende beschermingszone (in de legger te bepalen), of het daar vervolgens achterlaten van deze substanties of voorwerpen ziet met name toe op de bescherming van de waterkering en (ecologische) oevers en op een veilige afvoer van water door oppervlaktewaterlichamen, teneinde wateroverlast en overstroming te voorkomen. Zo mogen bijvoorbeeld boten anders dan op daartoe bestemde aanlegplaatsen niet worden aangemeerd, mag er niet op waterkeringen worden gekampeerd en mag een waterkering of oever niet worden gebruikt voor de (tijdelijke) opslag van materialen.” Hieruit volgt, anders dan het college meent, naar het oordeel van de rechtbank dat een persoon die zelf geen vaste substantie in een watergang heeft neergelegd (grond heeft gestort) niet als overtreder van deze bepaling kan worden aangemerkt omdat hij de vaste substantie in het waterstaatswerk heeft laten staan. Nog daargelaten het antwoord op de vraag of het in stand laten van een demping van een watergang kan worden beschouwd als het laten staan van een vaste substantie in een waterstaatswerk als bedoeld in dit artikel, er wordt in de toelichting niet voor niets gesproken over het storten van vaste substanties in een waterstaatswerk of een daartoe behorende beschermingszone en het daar vervolgens achterlaten ervan. Omdat het college niet aannemelijk acht dat eiseres de watergangen op haar perceel met grond heeft gedempt, kan zij eiseres dus ook niet als overtreder van artikel 3.2, eerste lid, van de Keur aanmerken omdat eiseres de door het college gestelde demping in stand laat.

6.5.
Het college gaat kortom uit van een onjuiste lezing van artikel 3.2, eerste lid, van de Keur. Dit betekent dat er ten tijde van de last geen sprake was van overtreding van artikel 3.2, eerste lid, van de Keur.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:5049

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *