Rb. Gelderland 16 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2966 – Uitbreiding HH-verzoek in beroep van noordelijk deel naar heel Lelystad airport mag (nog steeds) niet.

Print deze pagina

Instantie: Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak: 16 april 2026

Datum publicatie: 16 april 2026

ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2026:2966

Reikwijdte handhavingsverzoek

6. Verweerder en Lelystad Airport stellen zich op het standpunt dat de stichting buiten de reikwijdte van haar handhavingsverzoek is getreden met haar aanvullende beroepsgronden die zijn gericht tegen het huidige gebruik van de luchthaven door Lelystad Airport. Verweerder en Lelystad Airport stellen dat het handhavingsverzoek alleen betrekking had op de vermeende uitbreiding van de activiteiten van Lelystad Airport door de ingebruikname van het zogeheten “Noordelijk Areaal” van de luchthaven.

6.1.
De stichting stelt dat het handhavingsverzoek ook betrekking had op het huidige gebruik van de luchthaven door Lelystad Airport. De stichting stelt dat het handhavingsverzoek ruim was bedoeld en ook ruim is opgevat door verweerder. Dit laatste blijkt volgens de stichting uit meerdere overwegingen in het primaire besluit, waarin verweerder onder meer heeft overwogen dat het huidige gebruik van de luchthaven valt binnen een eerder in een referentiesituatie al toegestane emissieruimte.

6.2.
Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) dat de reikwijdte van een handhavingsverzoek na het primaire besluit niet meer kan worden uitgebreid. De inhoud van het verzoek is bepalend voor de omvang van het geding.1

6.3.
De rechtbank stelt vast dat de stichting onder meer het volgende heeft opgenomen in haar handhavingsverzoek: ‘Hierbij verzoeken wij, Stichting Red de Veluwe, statutair gevestigd te Apeldoorn, u opnieuw handhavend op te treden tegen Lelystad Airport (LA). Ditmaal omdat de luchthaven onlangs heeft aangegeven dat zij het nieuw aangelegde Noordelijk Areaal van de luchthaven in gebruik heeft genomen voor bezoekend groot formaat business aviation vliegverkeer (…) Vliegen met dit soort grote toestellen van en naar de luchthaven is niet toegestaan omdat LA noch beschikt over een natuurvergunning als bedoeld in artikel 2.7 Wnb, noch een beroep kan doen op de aanwezigheid van ‘bestaande rechten’ voor zover die er overigens zouden zijn (wat volgens ons niet het geval is). (…)

5 De nieuwe situatie (…) Wij verzoeken u de luchthaven op te dragen de nieuwe activiteiten onmiddellijk te beëindigen en ook beëindigd te houden, zolang de door LA aangevraagde natuurvergunning niet is verleend, op straffe van een dwangsom van 1200 Euro per vliegbeweging – door vliegtuigen met een spanwijdte van 24 meter of meer – dat niet aan deze last wordt voldaan.’

6.4.
In het primaire besluit is onder meer het volgende opgenomen: ‘U verzoekt mij om handhavend op te treden omdat de luchthaven het “Noordelijk Areaal” in gebruik heeft genomen voor vliegtuigen die – naar uw mening – niet zijn toegelaten en de luchthaven niet beschikt over de vereiste natuurvergunning.’

6.5.
In de aanvullende beroepsgronden van de stichting (d.d. 16 juli 2025) heeft de stichting geschreven dat zij aanleiding heeft gezien om het handhavingsverzoek nader te preciseren. De stichting beschrijft dat zij eerder van mening was dat handhaving was geboden omdat Lelystad Airport sinds 26 januari 2023 zonder vergunning sluipenderwijs haar huidige activiteiten op de luchthaven aan het uitbreiden is, maar dat zij, gelet op de juridische ontwikkeling, van opvatting is dat handhaving ook zonder de sluipende uitbreiding reeds geboden is.

6.6.
De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgronden van de stichting over het huidige gebruik van de luchthaven de reikwijdte van het handhavingsverzoek te buiten gaan. Het handhavingsverzoek van de stichting had uitdrukkelijk betrekking op de uitbreiding van de activiteiten dan wel de nieuwe activiteiten van Lelystad Airport in het Noordelijk Areaal van de luchthaven. De rechtbank volgt de stichting niet in haar stelling dat verweerder uit haar handhavingsverzoek had moeten begrijpen dat zij ook verzocht om handhavend op te treden tegen het huidige gebruik van de luchthaven door Lelystad Airport. Zo heeft de stichting uitdrukkelijk in de conclusie van haar handhavingsverzoek verzocht om handhavend op te treden tegen de nieuwe activiteiten van Lelystad Airport op de luchthaven. De rechtbank vindt eveneens steun voor dit oordeel in de aanvullende beroepsgronden van de stichting, waarin zij uitdrukkelijk beschrijft dat zij eerder van mening was dat handhaving geboden was, omdat Lelystad Airport haar activiteiten aan het uitbreiden is op de luchthaven. Uit het verzoek van de stichting had verweerder daarom niet hoeven afleiden dat de stichting ook verzocht om handhavend op te treden tegen het huidige gebruik van de luchthaven door Lelystad Airport. Daarmee heeft de stichting met haar aanvullende beroepsgronden die zijn gericht op het huidige gebruik van de luchthaven door Lelystad Airport het handhavingsverzoek uitgebreid na het primaire besluit. Omdat dat niet is toegestaan, vallen de beroepsgronden over het huidige gebruik van de luchthaven door Lelystad Airport buiten de omvang van het geding.2 De rechtbank zal deze beroepsgronden van de stichting daarom onbesproken laten.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:2966

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *