Rb. Midden-Nederland 28 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2617 – Feestruimte is geen voor het publiek openstaand gebouw omdat er enkel besloten feesten georganiseerd worden. Sluiting kan niet op grond van art. 174 Gemeentewet.
Instantie Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak: 28 mei 2025
Datum publicatie: 28 mei 2025
ECLI: ECLI:NL:RBMNE:2025:2617
Fragment:
Is het pand een voor publiek openstaand gebouw?
6. Eiseres voert aan dat er voor toepassing van artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet sprake moet zijn van een ‘voor het publiek openstaand gebouw’ en – onder verwijzing naar een uitspraak van 21 december 2022 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) – dat de burgemeester dat aannemelijk moet maken.3
Volgens eiseres is de burgemeester daarin met hetgeen is aangevoerd niet geslaagd. Eiseres voert aan dat een openbare inrichting niet per definitie een voor het publiek openstaand gebouw is. Zij betoogt daartoe dat het feitelijke toelatingsbeleid en de functie van het gebouw bepalend zijn bij de vaststelling of een gebouw voor publiek toegankelijk is. Uit de wetsgeschiedenis blijken enkele voorbeelden van niet voor het publiek toegankelijke gebouwen, zoals bedrijfsruimten.4 Het pand van eiseres is niet voor een ieder/publiekelijk toegankelijk, want het gaat om een gebouw met een besloten karakter. Er worden in de basis besloten feesten en evenementen gehouden, waar alleen specifieke personen op uitnodiging of met een ticket toegang toe krijgen. Net als bijvoorbeeld een hotelkamer gaat het om ruimten die weliswaar door een ieder kunnen worden gehuurd, maar wanneer deze eenmaal gehuurd zijn, niet voor een ieder toegankelijk zijn. In dit verband is verder relevant dat het bedrijfspand geen vaste openingstijden heeft.5
7. Volgens de burgemeester is het pand wel een voor het publiek openstaand gebouw. Het pand is toegankelijk voor iedereen die een zaal wil huren, en na de verhuur is het voor een onbeperkt aantal personen toegankelijk. Dit zonder dat specifieke voorwaarden aan de huurder en zijn gasten worden gesteld. Dit impliceert een breed toegangsbeleid. In het pand worden niet uitsluitend feesten zoals bruiloften georganiseerd, maar ook evenementen en beurzen die op geen enkele wijze een besloten karakter hebben. De burgemeester heeft ter onderbouwing van dit standpunt een uitdraai van Facebook gevoegd waaruit blijkt dat er op 23 december 2023 een dinner&dance party (zou) word(t)(en) georganiseerd. Ook blijkt uit de agenda van het pand op DJguide dat er jaarlijks een Funkadelic feest plaatsvindt. Tot slot stond er een bruidsbeurs gepland.
8. De rechtbank overweegt dat het aan de burgemeester is om aannemelijk te maken dat het pand een voor het publiek openstaand gebouw is en oordeelt dat de burgemeester hierin niet is geslaagd. Een dergelijk gebouw is in beginsel namelijk toegankelijk voor een ieder, zonder dat daarin onderscheid tussen personen wordt gemaakt. Doorslaggevend is dat een open groep mensen, zonder aanziens des persoon, wordt toegelaten. Bijvoorbeeld openbare gedeelten van gemeente- en provinciehuizen, winkels, cafés en discotheken; ongeacht de aanwezigheid van een portier die screent op gepaste kleding of het feit dat er toegang moet worden betaald. Uit vaste rechtspraak volgt dat de functie van het gebouw bepalend is voor het openbare karakter en dat die functie volgt uit het feitelijke toelatingsbeleid, gedurende een langere termijn en niet de situatie op enkele momenten.6
8.1
Uit de functie van het pand en het feitelijke toelatingsbeleid, zoals toegelicht door eiseres tijdens de zitting blijkt niet van een openbaar karakter. Uit de oprichtingsakte volgt weliswaar dat (eiseres, als ) de in het pand zetelende B.V. (onder andere) is opgericht voor het organiseren van feesten en partijen, maar in de praktijk worden er in het pand (hoofdzakelijk) bruilofts- en bedrijfsfeesten georganiseerd, waarbij de gasten slechts op uitnodiging naar binnen mogen. Dat een ieder een zaal kan huren doet hier niet aan af. Verder volgt de rechtbank niet het standpunt dat na verhuur een ieder het pand mag betreden. Dit wordt mede ingegeven doordat eiseres heeft toegelicht dat er een beveiliger en een gastvrouw bij de deur staan die de mensen op hun uitnodigingen controleren.
Dat er sporadisch sprake is geweest van een voor publiek opengesteld feest of evenement acht de rechtbank, gelet op het geringe aantal keren dat dit is voorgekomen, ondergeschikt aan de door eiseres onderbouwde hoofdfunctie van het pand: het faciliteren van feesten waar gasten alleen op uitnodiging mogen komen.
9. Dit betekent dat de burgemeester artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet niet ten grondslag heeft kunnen leggen aan de tijdelijke sluiting van het pand. Aan de overige beroepsgronden gericht tegen artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet komt de rechtbank dan ook niet meer toe.
10. Het beroep is in zoverre gegrond en het bestreden besluit wordt overeenkomstig vernietigd. De rechtbank vindt wel dat er aanleiding is om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten. De rechtbank legt dat hierna uit.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:2617
Leave a Reply